maandag 14 december 2015

Bölles Bunter in ’t Wèld Weste IV



Naar het noorden
over een lange kustweg 
met bloeiende bermen 
  
Zondag 14 mei 2000, tien voor acht. Al in de bus een snelle notitie. Een vorstelijk ontbijt voor 22 $, (weinig lunch dus) met veel vers fruit (ananas). We hebben goed geslapen, waren om 01.00 allebei klaarwakker (tijdsverschil!! Maar na een paar bladzijden lezen in mijn boek en in een paar folders heb ik van 01.30 uur tot 5.30 uur nog heerlijk  “uitgeslapen”. Bij onze vertrekplek per bus staan naar wat ik inschat bloeiende Pawlonia’s tomentosa met dieppaarse heerlijke bloempluimen. Die afwijkende en nieuwe bomen hier, prachtig. Toen we gistermiddag bij aankomst op de hotelkamer CNN opzetten, zagen we als eerste nieuws-item een grote brand en een forse explosie,   (We rijden nu weg: het schoolreisje gaat beginnen) een explosie in Enschede. Gelukkig is Jeroen thuis en Pepijn op de campus. Enkele (20) doden en de nodige gewonden. Wat is de wereld klein !!!!

Zondag 14 mei 2000,22.50 uur. Wij zijn aangekomen in Monterey, zeg maar Koningsberg, na een rit van 550 kilometer. Van 08.00 uur tot 19.00 uur ongeveer. Wij hebben Jeroen om 22.00 uur gebeld thuis (07.00 uur ’s morgens) en gehoord dat hij niks mankeert na de enorme plof in Enschede. Wel zijn de huizen van Debbie en Frank, twee van zijn vrienden, van de aardbodem gevaagd.
 We hebben een mooie, maar lange rit gehad met een eerste stap in Santa Barbara, waar we een uur de bus uit mochten voor een bezoek aan de pier. Daar aan de waterlijn heb ik een monster van zand en zeewater van de grote Stille Zuidzee  genomen. Je zag al voor Santa Barbara mannen in zwarte rubber pakken in de golven van de Pacifische branding surfen. Het paarse  hortensia-achtige ‘onkruid’ in de bermen bij L.A. blijkt een soort lamsoor. We horen nu ook dat er 20 doden zijn gevallen bij de explosie in Enschede op de dag van ons vertrek. Afschuwelijk.

Limonium perezii ofwel Californische lamsoor, heel mooi. Foto Flora Californica.


Onderweg zien we jaknikkers en kleine olieboortorens, Bougainvillea’s in alle kleuren rose en paars, hele stukken  bloeiende Tropolaeum, Strelitzia’s in boomvorm.

Solvang, monummentale nep.


 De lunchstop is in Solvang, dat de Deense hoofdstad van de VS blijkt te zijn, sinds er in 1911 enkele Deense kolonisten neerstreken. Het plaatsje is nep-ouderwets met vakwerk in beton, krakelingen als uithangbord voor vele bakkers en molens (wind). We kopen twee broodjes tonijn en kalkoen en delen ze. Na Pismo Beach komt Morro Bay en daar ligt op het strand een enorme steenklomp in zee, deel van een reeks van tamelijk forse steenrotsen over enkele kilometers langs de kust. Erik de Jong, onze reisleider,  vertelt dat het uitgedoofde, 20 miljoen jaar oude vulkanen zijn.

De bekende kolonie zeeolifanten op het strand bij San Simeon, foto Ken Pfeiffer.

 We zien ook Hearst Castle in de bergen liggen bij San Simeon en daar ligt ook het strand vol vervellende pups en wijfjes van de Zee-olifant. Ze liggen allemaal plat en gooien tegen de jeuk van het vervellen zand over zich heen met hun vinnen of flippers. Een echte wild-life-ervaring. Daar zie ik ook Mariadistel (Sylibium marianum), ijsbloemen (Mesembrianthemum) en Escholtzia californica.
Ter oriëntatie een deel van de route die wij namen over de eerste Californische highway tot aan Ragged Point. Ontleend aan  Internet.

Onze laatste stop is Ragged Point, waar we de rotsige, steile kust over enkele kilometers lengte kunnen zien. Geen zandstrand hier. Wel in boom- of struikvorm Echium of Slangenkruid.


Op de voorgrond de Californische Echium in struikvorm, een verre neef van ons Nederlands Slangenkruid. Foto Internet

 Dan rijden we urenlang langs de kust van Centraal Californië. Hier staan veel bloeiende Yucca’s als witte kaarsen op de droge steiltes. Het regent hier twee uur. 


De gammele Bixby Creek brug: geen pretje om er met een bus overheen te denderen. Foto Shutterstock.com. 

Tenslotte nog een fotostop bij een soort Mont Saint Michel schiereiland in zee met vuurtoren en de brug over de Bixby creek  58 meter hoog en onder restauratie. We schrijven in voor de avondrondrit Frisco met diner en gaan bij MacDonald’s  tegenover ons nieuwe hotel twee cheeseburgers en een quarterpounder eten met frietjes. In de Big K-markt kopen we chocolate-chip-cookies en cerealbars als ontbijt. . Dat was het. Tot morgen (23.20 uur). 

BUNTER

woensdag 21 oktober 2015

De Waerelt volgens Bölles Bunter XLII

 Helemaal winterklaar

Stokroossnuitkevertjes, unverfrohren parende. Vrouwtje heeft de langste...snuit. Foto Internet
Langzaam koelen we af tot onder de 10 graden Celsius en worden we ook natter. De lage luchtdruk, tenminste zo werkt het bij mij, geeft meer energie, omdat het hart niet meer tegen de hoge druk hoeft op te pompen. Een vreemde onrust, bij edelherten en andere zoogdieren goed bekend als bronst, bevangt me, maar met de juiste psychische sublimatietechniek kan deze onrust worden gericht op tuinwerk en vele andere klusjes in en om het huis. Jawel, het zomerlanterfanten is voorbij. De overgang naar de winter is zeer geschikt voor klussen.
  En daarom vond ik me onlangs terug in mijn voortuin. Op het eerste gezicht een echte jungle, maar dat is alleen voor de ogen van onwetenden, niet-plantenkenners, wilde-flora-haters, ONKRUIDschreeuwers en andere ongroene gemeenteleden. Ik zaai en plant, laat alles dan zijn gang gaan en selecteer in het najaar. Wat wordt weggeschoffeld, omgespit, met wortel en tak verwijderd en wat mag blijven. Van de planten die me het meest aanstaan verzamel ik de zaden om ze elders weer uit te werpen. Zo blijft het altijd spannend in de tuin.
Groenton na groenton vul ik met afgeknipte toppen, al te weelderige zijtakken, uitgetrokken Meldes, Brandnetelzaailingen, voordat ze aan hun ondergrondse netwerken kunnen beginnen. Eerst heb ik zaden geoogst van de ongeveer zes meer dan twee meter hoge exemplaren van Zwarte Stokroos, Alcea rosea nigra, aangenaam, een levend wezen dat je in het Latijn en in de volkstaal nog zwart mag noemen, zonder gelijk voor slavendrijver te worden uitgemaakt door enkele genetisch verongelijkte Mokummers, randstadkankeraars en meelopers en -schreeuwers. Deze zaadoogst was een merkwaardige ervaring. Zoals bekend hoort de Stokroos thuis in de Kaasjeskruidfamilie (Malvacaea), net als de heilige Maya-boom, de kapokboom of Bombax ceiba, aangenaam), een echte woudreus met plankwortels en forse doorns op de stam. De stokrooszaden zitten als voorgesneden partjes van een Hollandse kaas, in een rondje in de verdroogde bloemknop, vandaar de naam. Ik heb tientallen bloemknoppen in mijn handen verpulverd en de zaden losgeknepen en in een witte plastic ijsdoos gedaan en na een tijdje kijk ik hoeveel zaad ik al heb en dan krijg ik het idee dat mijn zaadjes zonder te kiemen al levend zijn geworden en op zes piepkleine pootjes rondrennen door mijn doos. Ik sta tot mijn verbijstering oog in ook met een enorm leger van stokroossnuitkevertjes, mannetjes en vrouwtjes die door elkaar heen rennen en af en toe onder mijn ogen unverfrohren paren. De meisjes hebben veel langere boorsnuiten dan de jongens en de mannen omdat ze die ook als eiplaatsboor (ovipositor, aangenaam) gebruiken. Een complete horde van telkens 3 tot 4 millimeter lang leven rent in de doos rond en als ik met de zaden schudt, dan raken de diertjes in paniek en steken hun snuitjes zwaaiend omhoog, alsof ze willen zeggen: “Hallo zeg, wie is daar met die aardbeving bezig? Kan het ook wat minder?
Curculio nucum of Hazelnootboorder  Foto Internet

Dit kevertje boort in eikels: Curculio glandium Foto Internet.

Toen ik de keverhorde eenmaal op naam had gebracht: Rhopalapion longirostre, aangenaam, familie van de hazelnootboorder, Curculio nucum, aangenaam en de eikelboorder, Curculio glandium, aangenaam, en zo zijn er voor tal van botanische uitstulpsels boorders, kreeg ik met de massa mededogen en begonnen mijn ogen te branden, bij wijze van spreken. Winters? Wat moet er van hem worden, als we eindelijk weer eens een Elfstedentocht kunnen rijden? Met dit soort vragen in het achterhoofd lees ik gewoon door totdat ik zie, dat de strooisellaag rond de stam van stokrozen voor een paar maanden best een warm holletje kan oplevren voor verschillende ontwikkelingsstadia van het beestje. Ze zijn zelfs zo klein, dat ze in de platte stokrooszaadjes een zogenaamde poppenkamer kunnen boren om het kroost een plekje te geven te overwinteren als pop.
 Het hele leven om ons heen is de komende maanden op de vlucht voor de kou. Ganzen en kraanvogels vliegen in indrukwekkende formaties boven onze hoofden naar het zuiden al honkend en schreeuwend. Meesjes en andere kleine zangvogeltjes kruipen rillend bij elkaar in verlaten vogelhuisjes. Blaadjes van bomen wachten geduldig in knoppen aan takken tot de nieuwe sapstroom hen bereikt, eind maart misschien. Insekten verbergen zich in dode stengels van hoogopgaande bloemen en het afgevallen blad is eem paradijs voor alles wat kruipt en wanhopig graag nog een jaartje of zo mee wil. Het is daarom dat ik zo’n bloederige bloedhekel heb aan de bladblazers. Het is niet alleen die tyfusherrie, maar ook de afbraak van de winterwereld van zoveel levende wezens. Wantsen, kevers, vlinderpoppen en egeltjes en noem maar op van al wat leeft, gaan eraan omdat onze tuin zo nodig WINTERKLAAR moet zijn.
 Wij als Homo sapiens sapiens blijven gewoon binnen, trekken een trui aan of dragen een mooi tweed colbertje met een fijne das om de nek. Heb je al eens ooit een Lieveheersbeestje met een ijsmuts gezien? Neen?, maar wel blijven knippen, weggraaien en blazen maar. Dat kan echt ook in maart en april, mensen, als de hommelmoeders weer boven het Longkruid zweven en de grond afzoeken naar lege muizenholletjes. Doe het NU NIET! Laat liggen! Begin desnoods zelf aan een winterslaap!
  Ik leef met het vluchtende leven mee en probeer zoveel mogelijk diertjes van allerhande slag in mijn tuin te herbergen. Niet in tentjes, piepkleine containertjes, uitgewoonde stinkkantoortjes of oude schooltjes enz. Nee, gewoon in dode stengels, hopen afgemaaid gras en doodbladpyramides her en der. En als ik ’s avonds na mijn nachtrust-theetje over mijn voorverwarmd onderlaken naar beneden in mijn nest schuif, denk ik aan al die vliegers, kruipers en strompelaars op de vlucht voor de kou en de schimmelende nattigheid. En ik hoop vurig dat ze veilig, droog en warm zijn, waar dan ook. Daar bid ik dan even voor en dan voel ik me zo echt groen en zo helemaal winterklaar, dat ik meteen inslaap… zzzzz.                     

BUNTER 


 



maandag 30 maart 2015

Bölles Bunter in ut Wèld Weste III


We ploffen meteen
in comfort en luxe

Los Angeles, 13 mei 2000, local time 20.00 uur, Sheraton Gateway Hotel, Los Angeles Airport. Weer dat moment op vijf kilometer hoogte. De remflappen op de vleugels gaan omhoog, het toerental van de motoren omlaag en het toestel lijkt in volle vlucht zomaar in de lucht te stoppen, klaar om vervolgens in een vrille als een dood blad neer te dwarrelen en met ons allen te pletter te slaan. Dat dacht ik vanmiddag weer even om 22.00 uur Nederlandse tijd, toen de landing boven LA werd ingezet. Altijd weer even paniek, toch.
  Het was een lange, lange zit, met een kotsend Chinees meisje naast ons, maar technisch perfect in 10,5 uur. En ons eerste hotel op deze vakantie is uitgesproken luxueus. Een kamer met 2 2-persoonsbedden, twee dikke leunstoelen, deze mooie schrijftafel en tv. Het geheel in de kleur zand of beige. De kleur van de uitgestrekte zandbakken en stofhopen, waar we vlak voor LA nog overheen vlogen. Er groeit totaal niks en de grond is egaal beige tot donkerbruin en kaal. Zelfs langs de oever van enorme meren.
  Van LA hebben we natuurlijk nog niets gezien, want we zijn kapot moe na een dag met negen extra uren. In het Landry’s restaurant aten we voor bijna 30 $ een serious burger met frieten en avocado (well done) en een soort kipfiletsalade. Alles in dit hotel wijst op het comfort van de oudere: leunstoelen, een cigarlounge, ballrooms dwz conferentiezalen etc. Het zwembad is buitenshuis, dus nog te koud, nu. Op verdieping 12 hebben we uitzicht op het vliegveld. Hopelijk geldt hier een nachtvluchtverbod.
  We troffen deze middag om precies 14.05 uur in de hotellobby onze reisleider Eric de Jong. Tegen de voucher had hij de kamersleutel en weer een boekje met dezelfde tekst. Ik ga nu slapen, ben te moe. De Palmen, ja de palmen en de bloeiende bomen (rood) vallen meteen op hier in L.A.


BUNTER

vrijdag 27 maart 2015

De Waerelt volgens Bölles Bunter XLI



Woorden, Worte, Words


Waarom heet zoiets als een woord eigenlijk een woord? Het woord ‘woord’ is een woord dat een op een naar zichzelf verwijst. ‘Woord’ is dan ook een woord, eigenlijk de moeder van alle woorden, het begin van een taal. Hoever moet een mens al gekomen zijn, wanneer hij kan zeggen: “Ik spreek woorden”?
Ik denk dat er twee redenen zijn om aan het begin van onze taal in Noord-West-Europa een woord ‘woord’ te noemen of Wort of word, maakt niet uit, even afgezien van de telkens verkleurende klinker van het woord. Kennelijk is de klank niet belangrijk, kan en mag heel snel alle kant op variëren, als de harde vocale mal van het woord, wrd, wrd Wrt, maar zoveel mogelijk gelijk blijft.
Ik denk dat een van de eerste soort woorden die mensen tegen elkaar gesproken zullen hebben, vraagwoorden zijn geweest. Wa, in de zuid-oostelijke Limburgse dialecten in Vaals, Kerkrade, Gulpen en aanpalende spraakcentra nu als staart van een telkens en telkens om bevestiging vragende zin voorkomend zelfs bij een bevestiging in optima forma: “Jao, wa?”. Maar nagenoeg altijd vooraan een zin of uitroep: Wie, waar, wanneer, welk, waarom en natuurlijk WAT! Of  - in het Hoogduits: Was? Ik ken een kleuter in Duitsland, die bij zijn verkenning van de wereld om hem heen, heel parmantig kan vragen, terwijl hij met zijn vinger wijst: “Was ist das denn?” Een regelrecht oerzinnetje in welke taal dan ook. Ik zie hierbij kleine Crô Magnon-kleuters, heel vroeg wakker geworden op een mooie zonnige ochtend in april of mei, hun grot uitklimmen in wat nu Zuid-Frankrijk is na een beestige IJstijdwinter en de eerste bloeiende lentebloemen ontdekken of kleine lichtgroene blaadjes aan de bomen.
Bovendien is een woord eigenlijk niets meer dan een trillende windvlaagje, zo vluchtig, zo voorbijgaand, zo kortdurend. Een woord is gesproken zonder dat je er erg in hebt. Wind dus, en daar heb je de letter W van al die vraagwoorden weer! Concentreer je op de stand van je lippen en je mond bij het vormen van een W of van een W-woord. Juist, de lippen vormen een klein kusmondje om daarmee zacht lucht uit te blazen. Het is bijna dezelfde stand als bij de klinker ‘o’ die vraagt om een iets grotere ronde stand van lippen en mond. Zeg maar eens langzaam en heel bewust ‘wooo’ en voel je kusmondje bij het begin van de ‘o’ verder opengaan. De W-klank is dus een prachtige, zachte en subtiele begin-articulatie voor een ideaal woord, dat na een korte inademing op het punt staat uitgesproken te worden met een uitademing.
 Voor zover ik kan zien is de W als vraagletter heel opvallend aanwezig in de Duits-Engels-Nederlandse taalcluster/familie. Luister naar de Romaanse talen dan is de P erg populair om het woord woord mee uit te drukken: parola, parole, palabra, al komt het oude Latijn met ‘verbum’ voor woord, terwijl vraagwoorden vooral met een ‘qu’ beginnen. En als we dan nog even naar de grootste taal ter wereld, het mandarijn Chinees kijken, dan vinden we daar ‘cí’ (hoor: tsuuh, met de ‘u’ van ‘flut’) voor woord (ook: frase, uitdrukking en klassiek Chinees gedicht, altijd heel veel keuze in het Chinees ).   dus, fraai gevangen in dit karakter, dat in het vierkantje een mond laat zien en als radicaal (linkerdeel) de sterk gestileerde yán-klank (hoor: jèn) toont, die op zichzelf ook woorden en spreken, betekent. Heel duidelijk voor Chinese ogen dus, maar een w-klank als start van een vraagwoord is enkel en alleen te vinden in de uitdrukking:  为什么 wèishénme betekent: WAAROM?
Niet getreurd: het zoeken naar de oorsprong van dingen, verschijnselen, planten en dieren en melkwegen blijft geweldig fascinerend, al komen we natuurlijk heel vaak niet door de laaghangende bewolking van het verleden heen. Er zijn mensen geweest die al hun spitsvondigheid in het veld brachten om het oudste dit of het eerste dat te achterhalen. Neem nou het niet meer zo bekende verhaal van mijn goede jeugdvriend Herodotus van Halicarnassus (ca 480-430 voor Christus), met zekerheid de eerste reizende en razende reporter van de Westerse Wereld. In het tweede deel van zijn negen delen tellende ‘Historiën’ ofwel historische onderzoeken, voert mijn vriend een Egyptische koning ten tonele bij monde van priesters van een Griekse vuurgod in Memphis, Egypte. Deze heerser wilde weten of het wel echt waar is dat Egyptenaren het oudste volk ter wereld zijn. Hij vond daarom dat hij moest zien uit te vinden welke taal het oudste is en dat zou naar zijn mening de taal kunnen zijn die kleine kinderen beginnen te spreken, als ze verder bij hun opgroeien van baby naar peuter en kleuter nog nooit gesproken taal hebben gehoord. Een uiterst merkwaardige premisse van deze koning, alsof niet alle taal nabootsing is en alle woordjes gewoon geleerd moeten worden. Soit!
 Het verhaal gaat verder. Koning Psammetichos, want zo was zijn naam, liet daarom twee willekeurige pasgeboren wichten bij hun ouders weghalen, gaf ze aan een herder met de volgende instructie. “Tegen deze wichten mag door mensen geen woord gesproken worden, ze moeten in een aparte schuur verblijven, waar ze ook slapen in hun bedjes. Af en toe mogen enkele geiten bij hun gebracht worden en krijgen ze voldoende geitenmelk en als hun babygehuil achter de rug is en hun peutergebrabbel, dan moet je heel goed opletten welk verstaanbaar woord deze twee als eerste uitspreken. En dat moet je me rapporteren, zodat ik kan nagaan uit welke taal dat woord is. Het ging zoals de koning beval en toen de twee kleintjes na twee jaar in de schuur op een goede dag de deur weer hoorden opengaan en de herder, de enige mens die ze kenden, binnenkwam, stommelden ze naar hem toe, staken hun armpjes omhoog, pakten de man bij zijn knieën en riepen: bèkos. Geen wonder, natuurlijk voor kleintjes, die enkel mekkerende geiten (bèèèèh enz.) geluid hadden horen maken in hun korte leventjes tot dan toe. De herder rende niet meteen naar de koning, maar wachtte af en stelde vast dat de arme kinderen enkel en alleen maar ‘bèkos’ ( in het Grieks van Herodotus: βεκóς) tegen hem riepen. Toen bracht hij ze naar de koning en ook daar riepen ze weer βεκóς, βεκóς, βεκóς, βεκóς enz. Toen liet de vorst nagaan in welke taal dat woord bestond en wat het betekende en wat bleek? In Phrygië, een landstreek midden in wat nu Turkije is, werd uiteraard Phrygisch gesproken en daar zeiden de mensen βεκóς tegen brood. Toen liet de koning officieel bekend maken, dat het Phrygisch de oudste taal ter wereld is en de Phrygiërs in ieder geval ouder en eerbiedwaardiger zijn dan de Egyptenaren. Of de twee arme kinderen hun hele leven verder zijn blijven mekkeren op zijn Grieks vertelt de geschiedenis niet. Ze zullen zich wel met meer moeite dan normaal met spraak opgevoede kinderen een taal eigen hebben kunnen maken. Herodotus meldt nog dat een andere versie van dit βεκóς-verhaal vertelt dat de kinderen werden opgetrokken door enkele vrouwen, bij wie de tong was uitgesneden.
Tot zover een stokoud, gebrekkig mondeling onderzoek. Veel betrouwbaarder en belangwekkender worden woorden natuurlijk als ze worden opgeschreven. Spreken is woorden wegblazen, maar schrijven is vastleggen, vasthouden, met het enkele nadeel dat de uitspraak in de lucht komt te hangen. Hoe hebben dode talen als het klassieke Latijn en Grieks geklonken? De Egyptische hieroglyphen dan? Het schrijven is natuurlijk de nummer èèn vondst in alle eeuwen der eeuwen. Dat geldt ook voor het lezen. En helemaal voor het vastleggen van stemmen op geluidsdragers sinds ongeveer anderhalve eeuw: wasrol, schellak, magneetband, CD, computer. Het lijkt erop, dat we er steeds meer in slagen het verleden in geluiden, maar ook in beelden vast te houden, totdat toch de tand des tijds gaat toeslaan. Boeken verschimmelen, verbranden, worden opgevreten door insecten, schijfjes verliezen kwaliteit en celluloid verpulvert. Pantarhei is het laatste woord: alles stroomt weg, als water door een mand en als zand door onze vingers. Niets is blijvend.
Op goed geluk heb ik deze, mijn overpeinzingen samengevat in onderstaand gedicht.
     

                        BUNTER

Poëzij A

Een woord

Een woord is niet meer dan wind,
Uitgeluisterd uit diepe stilte en
Voorzichtig aangezogen
Met de getuite lippen
Van de letter W
En weggeblazen als een zeepbel vol klank.
Waarom, Warum, Why
Wat, Wa, What, Was
 Wie How Hoe Wie daan
Waar Where Wo
Wanneer When Wann ?????
Het woord is zelf ook een woord.
Wieso? Een W-oord vol betekenis, contact, kennis en herinnering!
Onvoorstelbaar fantastisch, toch.


B.

Bölles Bunter in ut Wèld Weste II



Uren en kilometers
hoog in de lucht


Zaterdag 13 mei 2000, 06.49 tien voor zeven. Maastricht/Aachen Airport, Gate B op gifblauwe stoeltjes.

Geen koffie, niet ontbeten, wat een boerenbedoening is dat hier in 

Beek.

Geen tax free open. Foei, foei, maar wat belangrijk is: onze grote trek is begonnen. Overigens in een witte Mercedes met een exotische chauffeur, die eerst in de onderste Vinkenstraat aankwam, maar gelukkig onze huisdeur wist te vinden. Het is wel druk hier want om 07.20 uur vertrekken nog twee vluchten, één naar München en één naar Londen Stansted. Om 7.10 uur is boarden. Dus nog een kwartiertje (6.55).
7.40 uur. We zijn net opgestegen, ongeveer een kwartier te laat. Hopelijk geen bumpy flight, duurt 40 minuten.

Schiphol

Schiphol Gate F9 10.10 uur. Om precies 8.05 uur zijn we 

geland op Schiphol met die kleine kist van KLM Exel.

Zeker niet meer dan 50 mensen aan boord en +- 25 rijen van 4 stoelen. Echt klein, maar niet krap qua zitruimte. We hadden een zeer fijne vlucht, een zeer soepele opstijg, niet erg hoog, maar vanwege de ochtendnevel konden we toch weinig zien op de grond. We hadden maar een echte ‘bump’, vlak voor hij begon te landen. Een vrij plotselinge bocht en daarin een schok. Ook het uitgooien van het landingsgestel voelde ik onder mijn voeten. We hebben niet meer dan een half uur gevlogen, opstijgen en landen inbegrepen. 7.35 – 8.05 uur. We moeten nu door de security (10.18 uur).

17.38 uur. Nederlandse tijd. Toch nog om ½ 12 opgestegen! Het zag er niet naar uit achter de security, want iedereen stond op en begon te dringen naar de boarding gate. De bemanning en de stewardessen konden er bijna niet door en ook die ene moeder met kinderwagen die voorrang kreeg.

Slurf

 Gelukkig bleek in de slurf dat er een aftakking was naar het 

achterste deel

van de machine, zodat het instappen toch nog snel ging. We vliegen nu al ongeveer 5 uur en zijn net van.( nog 3455 km!) (zegt het vluchtschema net). Een hele tijd gaat het nu al over de Hudson baai. Het is totaal onbewolkt en beneden is een grote, grote ijsvlakte met grote barsten van donker water erdoor. Een fascinerend gezicht. We vlogen ook over de Schotse hooglanden, over Groenland, een grote blok ijs. Buiten dit vliegtuig is de temperatuur – 49◦ Celsius, onvoorstelbaar koud. Churchill heet de plaats, waar we nu boven zijn, maar ik zie nog steeds enkel ijs. Vlak achter de vleugel links zitten we en we hebben pas van plaats gewisseld, zodat ik nu aan het raampje mag. De derde stoel in ons vliegtuigrijtje (nog 4.20 uur vliegen) wordt bezet door en jonge , Chinese vrouw, die niet erg lekker is en al een keer in het kotszakje moest spugen. Gelukkig was ik toen net weg. We zijn nu net weer boven land en geen nu naar het zuiden, want beneden hier is het hier nog superijzig en wit.

Toendra

 IJzige toendra met bossen en meren. Het landschap ziet eruit als door dikke meteoren getroffen: de meren en ronde meertjes  als putten in de bodem. Onherbergzaam. Nu wordt de bodem donkerder, al blijven de meertjes nog als witte rondjes bevroren uitzien. Ja, ik zie het eerste smeltende meertje en de zon in het water blikkeren, prachtig. Ook zie ik riviertjes kronkelen. Nu een hele brede rivier als een los neergegooid lint kronkelen. De Wagner-opera ‘Siegfried’ op mijn oren (nog 2435 km en het is nu 9.52 uur in LA). We hebben Richard Little gezien als film. Ook een andere film Galaxy Quest. Eten en drinken: appelsap, witte wijn, Chinees rundvlees met (nog 2338 km of 3.15 uur) (Nog steeds boven Canada ter hoogte van Calgary. 19.00 uur Nederlandse tijd. Verwachte aankomsttijd nu 13.13 uur op de 13e. Zo!!

BUNTER

Bölles Bunter in ut Wèld Weste I

Amsterdam - Los Angeles – Denver – LosAngeles - Amsterdam


Dat

soort 

dingen


Vrijdag 12 mei 2000, de dag voor vertrek, 11.30 uur, study in S.
Met de laatste rommeltjes en pakkerijtjes zijn we bezig. Het weer is hier drukkend en vochtig met temperaturen tot 25 ◦ Celsius. Boeken, opschrijfboekjes, toilettas, dat soort dingen. Hopelijk wordt dit een leuk van dag tot dag reisverslag van onze eerste grote reis. Drie weken in het wilde westen blijft een simpele  kattensprong vergeleken met de Beagle Voyage van Charles Darwin in 1835* of daaromtrent. Ik ga verder rommelen. Allemaal kleine dingen, maar nog genoeg te doen.

 * Van Devonport op dinsdag 27 december 1831 tot terug in Falmouth op zondag 2 oktober 1836, om heel exact te zijn.

BUNTER