Posts tonen met het label Costa Rica Regenwoud. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Costa Rica Regenwoud. Alle posts tonen

maandag 25 april 2011

Bunter in de tropen X

De zonovergoten cacao-boomgaard van de bribri-Indianen, midden in het woud. Foto BUNTER


Van gepeperde Goden- drank
 tot Hollandse chocoladereep




Vandaag, donderdag 13 november, hadden we een geweldig leerzame dag met gids Wendy, die 10 x zo goed was als Melchi, veel beter Engels/Amerikaans sprak en ons inleidde in de traditionele cacaobereiding en -planterij van de Bribri-indianen die we nog gaan bezoeken, hoera!
 
Onze gids Wendy, dus. Foto Bunter
Die Wendy, wat een schatje;
ze wijdde ons helemaal in in de cacaoteelt en –bereiding, ontdekt op onbekende manier door de Olmeken (ik denk per toeval (serendipiteit net als broodbakken, thee fermenteren, bierbrouwen en tabaksblad fermenteren), doorgegeven aan de Azteken en aan de Maya’s, waarbij de A. afhankelijk waren van de M. omdat de cacaoboom niet in de bergen groeit, maar als schaduwminnaar wel in de laaglanden. Daarom, om hun Godenspijs (theobroma) veilig te stellen voerden de A. fel oorlog om gebied met de M. Meer dan 2000 jaar oud is de cacaobereiding.


Assistent Roldolfo. Foto BUNTER 
  Ine heeft twee affiches gefotografeerd, waarop alle details staan van twee weken fermenteren, inwerken van zetmeelomzettende bacteriën, drogen 2-3 weken, roosteren op 100 graden Celsius en dan verpulveren en tot poeder ‘crushen’ in een stenen, rechthoekige vijzel.

 Assistent Rodolfo gebruikt zoiets als de oude gehaktmolen van mijn vader om de gepelde bonen tot fijn poeder te malen. We gingen door het woud en over dezelfde brug van Tirimbina naar de cacaoplantage midden in het bos, waar onder de schaduw van de hoge balsabomen de cacaobomen stonden.


In de marge: Ik mag ook de cacaobonen malen met een dikke steen op een soort vijzel en intussen presenteert Wendy me de zaden van een plant met donkerrode, pluizige vruchtdozen.
Bunter in actie in de cacao-keuken. Foto Ine 

 Ik steek de zaden in mijn mond, maar ze leveren een felrode kleurstof ritueel in gebruik om bij het cacaodrinken op je gezicht te smeren. De plant heet in het Indiaans Achote en in het Latijn Anato anata.[Annato annata]



Achote-zaaddozen
Ze wees ons op de wenteltrapverdeling van bladeren aan de stengel van een wilde gember .


De wilde gember met de wenteltrapbladverdeling. Foto Bunter
 Ze wees ons een Morpho-vlinder en twee fukkende duizendpoten, die enkel 100 pootjes hebben, terwijl de centipede (de honderdpoot itt de millipede, duizendpoot), maar 50 pootjes heeft. En ze vertelde ons ook over de rode kikker met de blauwe pootjes, die in bromelia’s leeft. Mam legt haar eitjes in de humuslaag op de bodem . Als de larfjes uitkomen worden ze op de rug van pa of ma naar boven in de boom gebracht en in het water van een bromeliarozet losgelaten om zich daar tot kikkervisjes en kikkertjes te ontwikkelen. De theobroma is een stambloeier op oud hout met hele [kleine, witte]  piepbloemetjes. Hele kleine vliegjes uit het dode rottende blad op de grond rond de cacaobomen bestuiven die bloemetjes. Na twee dagen niet bestoven? Jammer dan, bloemetje verwelkt, valt af. Wel bestoven en dat is maar 3 procent van de 3000 bloemetjes per jaar op de stam van één boom, ontwikkelt zich de vrucht in 6 maanden.

Piepkleine bloemetjes op de stam van de cacaoboom. foto Bunter

De cacao-peul: deze is nog niet rijp. Foto Bunter. 

 Een zeer dikwandige gele peul, pod op z’n Engels, met zaden in een witte, vettige zooi. Een boom levert 40-50 pods per jaar en dat is genoeg voor twee kilo pure cacaopoeder. Theobroma bloeit het hele jaar door en de piek valt met iets meer vruchten tussen juni en december. Vochtige grond, schaduw en temperaturen tussen 25 en 30 graden constant. De zaden waren het eerste geld van de Indianen, 3 zaden voor een kip enz. Ze noemt een hele prijslijst. En dan komt het procedé waarvan Ine de plaat heeft gefotografeerd. Daar kan ik kort over zijn, net als over de historie en verspreiding van de cacaoteelt en chocoladeconsumptie. Eerst drie weken fermenteren, dan plusminus 2 weken goed drogen in de zin; dan roosteren van de zaden en de schillen van het zaad afhalen en vervolgens malen of in een vijzel heel fijn wrijven. Heet water erover van grote hoogte, vanaf het hoofd van vrouwen tot op de grond om zoveel mogelijk schuim te krijgen.


 Toevoegingen zijn: peper cayenne beetje, kaneel, suiker, kruidnagel en vanille-essence. Kruidnagel en kaneel zaten niet in het originele recept, maar zijn later toegevoegd. De Spanjaarden vonden het niet lekker, te bitter, maar Herman Cortez nam de cacaozaden wel terug naar Spanje mee om bomen vol geldzaden te verbouwen – de geldwolf – en dat mislukte.


Het recept van een Godendrank uit het oerwoud. Foto Ine

Zonder toevoegingen is het drankje het lekkerste. De Indianen kenden geen chocoladerepen. Die werden in Engeland en Nederland ontwikkeld ( Van Houten +- 1840) door toevoeging van lecitinevet uit soja en suiker. De oorspronkelijke naam van de godendrank der Indianen voor strijders, priesters en royalty was ‘cacawa’, wat ‘bitter water’ betekent. De Spanjaarden verstonden ‘poepwater’ door dat ‘caca’ natuurlijk. Een mooie uitleg: in cacaodrank zitten zeer veel gezonde dingen, ondermeer theobromine, dat de serotonineproductie in de hersens stimuleert, vitamines, mineralen, you name it.
Een mooie toekan in de boom. foto BUNTER
Een van de vele Costaricaanse gifkikkertjes. Foto BUNTER
Een groene leguaan als een draak in het woud. Foto BUNTER


We gaan terug met Wendy en zien bij het verlaten van Tirimbina 1 grote tweetenige luiaard hoog in een boom bewegend, 1 mooie toekan, vol in beeld in mijn kijkertje, een dikke leguaan, heel lange staart, wevervogels, Jezus (Christ)-lizzards op en onder een hek van gaas. Kortom, Wendy, die haar masters dit jaar doet in eco-toerisme, is een kei. Ik hoor van Sandra nog een mooie Spaanse woordspeling: Arroz con pollo versus Arroz con polla, wat ‘penis’ betekent. (die is voor mijn  Eduardo, ha ha) En ook valt me de naam in van de Indonesische stinkvrucht uit de tropen, onbekend in de America’s: doerian.
De woeste raftrivier: de dapperen net gemist. foto BUNTER

Een prachtige witte orchidee met omhoogwijzende lip, versierd met subtiele streepjes, op een afgevallen boomtak. foto BUNTER

We brengen de rafters weg om ongeveer half twee en gaan bij terugkomst de do-it-yourself-trail lopen rond dit fantastische hotel. Gezien: witte orchidee met streepjes op de omgekeerde naar boven wijzende lip. 4-5 groenzwarte kikkertjes, heel duidelijk in het woud en voor de rest was de trail een zooitje ongeregeld. We zien onze rafters over de rivier voorbijkomen.

Vanavond eten we (Arroz con vegetales; soppa con mariscos (zeevruchten) bij een goed restaurant met het woord ‘lindo’ in de naam. Het is er erg lawaaierig met vlagen door voorbijkomende knettermotoren en soundchecks voor een popfestijn op een aangrenzend plein. 23.16 uur Amen.
BUNTER

Tot slot: nog een vlammend rode bloem uit het woud. Foto BUNTER 



maandag 7 maart 2011

Bunter in de tropen IX


In het pikkedonker
door het regenwoud
met Melchisedech

Woensdag 12 november 2008, Puerto viejo de Sarapigui, Lodge Hotel Selva Verde.

Waar we nu weer terecht zijn gekomen. In een echt, doordacht junglehotel. Deze mensen hebben de nodige hectares laagland-regenwoud; bouwden aan de rand dit hotel van 60 superruime kamers langs riviertjes, op palen langs een ouderwetse galerij, in het woud, alles dichtgemaakt met horgaas en juh! De plafonds van de kamers af(gehaald) en (het open gat afgedekt met) voorzien van klamboegaas, zodat je het gevoel hebt midden in het woud te slapen zonder bang te hoeven zijn voor kikkers, dikke spinnen, nachtvlinders, trekmieren, muskieten etc.

Vanochtend effe helemaal niks, behalve voor en man of zes die naar een 70 meter hoge waterval per taxi gingen en zagen dat ze toch wel lager was. We hebben op ons gemak ontbeten na gewekt te zijn door een vogel tegen ons bovenraam. We hebben de botanische tuin gezien met Calathea lutea – het grote banaanachtige blad op dunne steel dat je overal ziet. Manihot esculenta of yucca of cassave of maniokwortel, een lid van de Wolfsmelkachtige (Euphorbiaceae) en dus giftig, maar na bewerking toch tropisch volksvoedsel nummer een.

* Maniok-wortel: voor enorme delen van de wereldbevolking zoiets als onze pieper.

* De avocado ligt wel bij ons in de super, maar is thuis in de tropen.
  En Avocado of Persea Americana en in het Spaans Aguacate. Toen zijn we in ongeveer twee uur vanaf 12.00 uur naar P. viejo de Sarapigui gereden en hebben met Burrito kip en een Quesadilla, een milkshake en een biertje gelunched in en plaatselijk tentje, luisterend naar de naam rana roja; de rode kikker en die zaten dus in de achtertuin op een veldje met bromelia’s en dood hout. Hele kleine rode kikkertjes met blauwe pootjes. Ze waren heel moeilijk te vinden. Ik ving er precies één in mijn kijkertje en kan hem lang zien voor hij wegsprong.

In de marge: Vlak voor ons vertrek viel in heel Selva Verde de stroom uit en dus ook het licht. Een echte blackout, maar we zagen verderop in het dorp langs de weg alweer elektrisch licht.

De mensen daar, de mevrouw was ooit als eerste vrouw en heel bekende voetbalscheids, hadden bananentrossen in de tuin te rotten gelegd en daar kwamen veel vogels op af, waaronder de Geelborst. Een gele vogel met alleen een andersgekleurde kop.
* Geelborsten zijn dol op bananen. Of hun borstveertjes daardoor ook geel worden?  Foto Bunter.

In de kantlijn: We zagen ook en zwarte vogel met vuurrode rug even buiten de poort van het hotel, Dat was een Tanager. Ik zag ook weer de meer van manshoge purperrode orchidee en plukte een zaaddoos af. Een in de grond groeiende orchidee en dat is zeer uitzonderlijk hier.


Verder gereden naar het hotel met een stop in het dorp P. v.d. Sarap. Om te pinnen en naar de super. Boy (Fortis Bank) was de enige die niet kon pinnen en nog iemand. Om kwart voor zes begon de uitgestelde Night Walk door 192 ha jungle. We zagen geen grote zoogdieren, noch nachtvogels. Alleen klein spul als insecten, spinnen en een salamander (wit). De night walk ging door een aanpalend gebied naast Selva Verde, het 133 ha grote Tirimbina Biological Reserve. De meeste indruk maakten nog de mannenmuskiet (in blauwige opsmuk)en de bullet-mier, een echte knoeper met een pijnlijke beet. Ze worden ook wel de vierentwintigsuurmier genoemd, omdat hun beten zolang veel pijn doen. Morgen verder over Melchisedech, onze gids.
* Hier is hij dan: de gevreesde kogelmier. foto  Dappere Bunter.

In de marge:Onze nightwalk ging over de Rio Sarapiqi via een hele lange hangbrug, heel wiebelig. Daarop kreeg die arme Nadine uit Weesp last van hoogtevrees en wel op een fobische manier. Heen liep ze een soort polonaise achter Sandra, ook toergids bij Oad, maar terug mocht ze helemaal voorop en rende als een stoomtreintje met Sandra in paniek de brug over. Arm kind!


Ach die arme Melki, voluit Melchisedech, van Tirimbini. Al bij het begin van onze nightwalk zei hij: “We zullen geen zoogdieren zien, want de maan is uit. Er is te veel licht in het woud en dan verstoppen ze zich. En daar gingen we over het door vele toeristen platgetreden pad. We zagen enkel spinnen in hun web, een paar grote sprinkhanen,

* Een sprinkhaan op een blaadje   foto Bunter.
* Aan mooie spinnen geen gebrek in het woud  foto's Bunter.
* Hoe onbekender, hoe griezeliger in het donker  Foto Bunter.
we hoorden het geluid van vleermuizen, de specialiteit van onze vriend. We zagen ook een reusachtige plant van de Bonenfamilie (Fabaceae, correct, thank you, sir, zei M. toen ik die naam mompelde), die ’s nachts zijn samengesteld blad inklapte om insectenvraat te verminderen. We zagen ook de 24-uur-mier, hier de bullet-ant genoemd, een groot ± 4 centimeter lang monster op alle takken en bladeren present met zijn gevreesde pijnlijke steek, een hol van een Armadillo of gordeldier, waarvan Melki zei, dat het wijfje altijd een eeneiïge vierling krijgt om babypredatie voor te zijn. En nog een witte hagedis of salamander en een klein bruin kikkertje en dat was het.
* Wandelende tak op Melki's hand   Foto Bunter
* Een eenzaam bruin kikkertje in het regenwoud  Foto Bunter

In de marge: Melki liet op mijn verzoek ook een bromelia-bloem-aar zien met witte wasachtig dikke klokbloemen, waarvan er elke nacht één opengaat en meteen door een vleermuis bestoven wordt. Er zat op de plek van de helemaal uitgewoonde bloem een groot gat in de aar en er hing een klodder slijm aan.


M. vertelde ook: slecht twee of drie bloedzuigers in het laagland-regenwoud, alleen kleine paddestoelen.

Ik ben op het laatst een beetje met Melki gaan keuvelen vooraan en hoorde dat hij in ‘bats’ zat die hij vledermuis kon noemen dankzij Astrid uit Deventer, zijn vriendin, die een week naar Costa Rica kwam en een heel jaar bleef. Hij ging niet naar Holland als bioloog zei hij en dat wist Astrid!
* Gids Melchisedech laat zijn vledermuisje zien  Foto Bunter

Op het eind van de toer haalde Melki nog 3 vleermuizen uit groene zakken, pas gevangen door een collega met mistnetten in het woud en in al hun vormen door M. geshowed. 2 ♀♀ en 1 ♂ met een echt pikje op de goede plek. Hij vertelde verder over de homologie van de vleugel met de hand van zoogdieren en over de relatieve grootte van de kloten van tropische vleermuizen. Hadden wij hun omvang van testikels dan zouden wij ballonnen in onze broek hebben, aldus Melchi. Wij hebben gegeten bij Tirimbini en daar vond ik niks aan: platte tomaatspaghetti met fruit, coleslaw en gemengde groenten. Niets om naar huis te schrijven. Alleen de icethee was lekker! Wel heerlijk geslapen in onze koloniale wood-lodge in het gezoem en gesjirp van alle insecten en onder de hemelse koelte van onze fans.
BUNTER