Posts tonen met het label verre reizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verre reizen. Alle posts tonen

woensdag 23 januari 2013

Bunter in de tropen XVI



BUNTER is extreem welgemutst met zijn nieuwe Bri-Bri-panama en ondanks alle regen en andere tegenslagjes FOTO BUNTER 


Geen satay-saus,
geen strandjes,
geen kikkertjes,
geen stroom,
geen warm water,
maar wel een dikke poen,
veel regen,
een echte Panama,
twee brownies en
garnalen, héhé







Woensdag 19 november 2008, Bocas del Toro, Panama, Hotel Don Chicho, Mainstreet.
Als er weer stroom is ga ik snel poepen en kan ik doorspoelen en weer bijvullen. Als Ine gaat, valt de stroom weer uit, maar ze kan gelukkig nog doorspoelen met de reserve. De dolfijntour kan vanwege de plensregen de hele ochtend niet doorgaan. We gaan ontbijten door de regen bij de Piraat met koffie, cappuccino en wentelteefjes. Lekker. Dan is het douchetijd. Ik spoel de cacaopodpasta van mijn rechterkuitbeen en zie dat de wond heel rustig is, wel felrood, goed doorbloed dus. Ook Ria, oud-verpleegster kijkt ernaar en vindt het goed uitzien. Ze wordt beloond met een dikke poen. Zij is de tweede vrouw die ik kus van de groep. Adrie van Pieter bij het ontbijt in Atlantida Lodge in ? , omdat ik haar niet en Pieter wel goedemorgen zei. Ter compensatie dus. Ook de strandjestoer als alternatief kan niet doorgaan. Wel gaat een groepje met Marcha naar de red Frog Beach op een andere eiland (Bastimento?), maar geen frog te zien en geen beach want het water stond veel te hoog vanwege de intense regen.


Ons hotel in Bocas del Toro: Don Chicho: vermijd de zolder! Foto BUNTER 

Het regent nu (16.45) nog steeds hard (komt voor ‘plens’ en ‘hoos’. Ik zing onder de douche, maar het water wil maar niet warm worden. Dankzij het oer-Hollandse washandje kan ik toch alles wassen inclusief de’ oorlogswond (Rinus) en mijn haar doe ik.met koud water uit de mengkraan met slang zomder sproeikop. Ine vindt later wel het warme water, maar dan heeft ze al koud gedouched, de dappere. We taffelen hedenmorgen door het ‘dorp’, checken alles uit. Ik vind mijn Panama-hoed in de Bribri-winkel. Hij past. De eerste winkel van Heike’s hostel bonjourde mij zowat de deur uit met mijn waterhoofd. De tweede had alleen maar caps en harde plastic cowboyhoeden uit de VS.

Er schijnt vannacht een aardbeving te zijn geweest in Noord-Panama. Het kamermeisje zei: Nee, dat was in de nacht van 17 op 18-11. Enkelen van ons zeggen iets gevoeld te hebben, maar dat kunnen alleen maar naschokken zijn geweest. Solange en lange Arjen hebben een nieuwssite op Internet geraadpleegd, maar ze kunnen niets over de datum en het uur van de beving vinden. Onder de douche komt het BRIBRI-MEDICIJN (cacao pasta) niet erg los. Het zit goed vast en sealt de wond. Ik moet trekken en wrijven. Na visuele inspectie doen we er nieuwe jodium op en ons voorlaatste gaasje. We lunchen bij Lemon Grass. Aanbevolen maar echt tegenvallend. Ik fish and chips + broodje zonder Satay-saus en Ine niet een Thai-classic met veggie (niet heet), Maar een Thais gerecht (heet) met camaricones. We wisselen en de bediening is opgelucht. De garnalen met noedels en stokjes zijn een klein beetje heet, maar erg lekker. Om 15.15 uur terug in het hotel met ‘map’, kaart voor 3 $ bij de Internetwinkel aan de overkant. Morgen gaan we fietsen, als het droog is. 21.22 uur in de ‘lounge’ op zolder: niemand is thuis zodat we het rijk alleen hebben. Er is hier een open verbinding met een open balkon en de straat. Daarom mogen we meegenieten van wel typisch Caraïbische salsa- en merengueachtige muziek van de naburige winkel, waarvan de eigenaar een gettoblaster helemaal open heeft staan. Het is gelukkig geen Amerikaanse hardrock; deze muziek hoort hier thuis. O.K.


Kijk, en hier is een kaart van die merkwaardige archipel voor de kust van Noord-Panama. Foto BUNTER 


We aten vanavond bij Buena Vista. Volgens Pieter en Adrie zou de Chicken Satay, zoals die mafkezen/Amerikanen het spellen om het een beetje correct uit te spreken, daar erg lekker zijn. Niet dus: het kipvlees aan stokjes was goed gegrilled, maar er was heel weinig satésaus te bespeuren: een paar dunne sliertjes aan de bovenkant. Er was ook heel veel witte rijst, waarvan ik ¾ heb laten liggen, gekookte wortels en een beetje sla met tomaten. Ine had iets vegetarisch dat ze ook niet helemaal op kreeg . De rekening was 37,88 $. Wel namen we een heerlijke Margarita vooraf en een warme brownie met pure chocolade na. Die was prima en de cocktail ook. Voor de rest: smaken verschillen altijd. Er deed zich nog een grappig misverstand voor. Ine bestelde “a brownie for both of us”. En toen bracht de zwarte ober in kampsmoking een stuk brownie met twee lepels, waarvan de bladen in een papieren servetje waren gedraaid. Zo doen ze dat hier. Een soort Cola met twee rietjes, echt Hollands, maar weet die man veel. We hebben nog een tweede brownie besteld. De rest van de avond brengen we in de zolderlounge door met lezen, proberen niet naar die muziek te luisteren en deze laatste regels te schrijven. Basta om 21.40 uur vandaag.

BUNTER

zaterdag 3 november 2012

Bunter in de tropen XV


Smullen met BUNTER op Bocas del Toro, Panama. Foto BUNTER


Soep met een

halve kreeft erin


Dinsdag 18 november 2008, Bocas del Toro, Caraïbisch eilandje voor de Panamese kust, 18.15 uur, ging niet door; thans 21.30 uur, in crapaud op de zolder van Hotel Don Chicho aan de hoofdstraat van Bocas del Toro. 

We komen net terug van Hotel Limbo, beter El Limbo on the Sea op een steenworp van onze krappe zolder. Een echt hotel, sorry Marcha, met een fantastisch restaurant. Ik heb niet veel honger en ga voor de ‘Soppa de frutas del mar’ en Ine heeft een vleesdag met een varkensvleesgerecht met paddenstoelen. Ik tref een halve kreeft in mijn soep aan, echt een halve kreeft die ik als in Silent Witness te lijf ga. Heerlijk en toch nog kreeft voor 10 dollar. Vooraf nam ik een tequila met zout en limoen. Klassiek Mexicaans. Ine rode wijn de la casa. Voor het eerst tijdens deze vakantie krijgt mijn Defesche-neus een druiper en dat is mijn hoogste fysieke compliment. Als toetje heb ik ijs en Ine appelgebak uit de magnetron. Is niet goed warm en dat is ook het enige minpuntje in dit absolute culinaire hoogtepunt. Een verademing na de hotelperikelen en de slappe flutkoffie van de Ammieslunch bij Golden Grill met twee flutbocadillos. Maar we balanzen.
  Het was een hele toer om hier te komen, een echt avontuur. We vertrokken om ½ 8, een kwartier te laat in de planning, omdat het ontbijtpersoneel pas na ons arriveerde, per auto gebracht, dat wel. Gelukkig hadden we gisteravond al onze ontbijtwensen doorgegeven en alles afgerekend in Atlantida Lodge. De slechte verlichting van deze donkere lodges en het ruimtegebrek is een aandachtspunt, net als de extreme gehorigheid. Het regent bij vertrek, maar zo erg als in Samoa Lodge was het niet; bovendien is het nu traditie bij ons vertrek geworden. Om 8.30 uur begint het op te vallen. Een keer of 4, 5 moet Max inhouden en slalommen om kuilen en modder, omdat er gewoon 50 tot 100 meter asfalt op de weg ontbreken. Heel vreemd. We zijn om 8.40 uur bij de grens met Panama en de toestand die we daar aantreffen grenst aan het onbeschrijflijke. Eerst uitchecken uit Costa Rica met een pampiertje en allemaal een stempel in de pas. Geen probleem. Ik heb Indiaanse chocolade bij me en een vrucht van de nootmuskaat, compleet met omhulsel en foelie. Marcha zegt: krijg je problemen mee. Maar het zit niet in de handbagage, maar diep in het koffer.


Deze prachtige tropische vegetatie laten we achter in Costa Rica.  foto  BUNTER 

  Van Costa Rica naar Panama is van de tropen in de rotzooi komen. Overal  ligt afval. We lopen over een oude spoorbrug met bielzen en rails compleet en met dikke planken voor eenrichtingsverkeer geschikt gemaakt.




De Baileybrug richting Panama  Foto Bunter


Eerste indrukken

 van Panama



Alweer een naam in ons paspoort.     foto BUNTER



Het zou ook zo in de States kunnen zijn...   Foto BUNTER



Een soort Bailey-brug met een hoog opgaand stalen staketsel. We lopen over totaal verroeste staalplaten, die gelukkig goed vastliggen, maar wel kieren. Zo’n 200 meter zeker. Dan komen we in een rijtje semikrotjes links langs een loket, waar een gemelijke zwarte dame in uniform onze passen bekijkt en bestempelt. We moeten douanepapiertje doen die Marcha inneemt. Ik smokkel mijn sigaren en titbits zonder probleem. We gaan nu rechts in een steile trap af in dit rommelland en ontmoeten Jaime en Huberto, een schoenpoetsertje van 6 (!) en zijn jongere maatje die om colones bedelen. Max geeft met gulle hand. Ik noteer zijn echte naam uit zijn paspoort, dat ik even inkijk, omdat hij het aan de meisjes Nadine en Olga uit de engelenbak  laat zien. Jose Angel Fernandeze Alvarez  is zijn mooie Spaanse naam. We verzetten onze horloges. Het is één uur later in Panama en dus terug naar zomertijd en om 11.10 uur is iedereen over. Grensovergang met 25 mensen: anderhalf uur van 8.40 tot 10.10 uur. We gaan koekjes kopen in  de lokale supermarkt en daar stinkt het zo naar halfbedorven vlees, dat Chinezen er nog iets van kunnen leren. Het vlees ligt in een waarschijnlijk niet functionerende koeling meteen links bij de ingang, gewoon een opening in een lage loods, te meuren en te bloeden. Alleen aan het begin van de ± 10 meter lange “koel”-counter liggen diepgevroren dunne “chuletas’ – koteletten, die er goed uitzien. De hele winkel stinkt intens naar deze walgelijke uitstalling.
Wij zijn over de brug gekomen. Pfff   Foto BUNTER
  We zijn al weer snel aan onze eerste stop in Changuinola, Panama.. We  gaan plassen bij een bakkertje in een vies, onverlicht, niet af te sluiten pishuisje zonder doorspoeling. Het bakkertje heeft wel prachtige houten gebakschuifjes met klapje. Zo uit 1920-1930-1940. We pinnen als eerste 400 $$ en bij de rest lukt het ook prima. Jackpot!, zegt Marcha. Om ½ 1 zijn we aan de bootsteiger bij de rivier in Almirante.

Intermezzo:

* Waarom lopen zoveel rivieren aan de Caraïbische kant eerst vrij lang parallel aan de kust als het ware achter een imaginaire duinenrij zonder duinen, alvorens naar rechts of links haaks af te slaan , als door een opening in een wal? Vanwege de ontwikkeling van taaie en harde koraalriffen in tropische zeeën parallel aan de kustlijn. Als die riffen verzanden of verstenen vormen ze een stugge barrière voor alles wat uit het binnenland vloeit. Is deze stelling waar?
* Straatscène uit Changuinola op de stoep bij het bakkertje. Een breed lachende man van rond de 40, een echte vader, komt bij het bakkertje naar buiten met een prachtige verjaardagstaart vol gekleurd schuim op zijn vlakke hand als een ober en aan zijn andere hand twee zakjes met waar. Hij fluit scherp tussen zijn tanden. Er stopt binnen seconden een gele taxi. De man wenkt met zijn hoofd om een open deur en de deur naast de chauffeur gaat open. Hij stapt in, bukt met zijn neus tot vlak boven het kleurige schuim, legt de zakjes aan zijn voeten en weg zijn ze.

=======

Onze gele boot, een grote speedboot, pas een week oud - de Shana 1 – vertrekt om 13.10 uur. (Woensdag 19 november 2008, 15.40 uur, Don Chicho, terug van toertje door het dorp) En daar vertrekken we vanaf Almirante volgestouwd in een speedboot voor 28 mensen. No Way! Eerst moesten er nog wat mensen voorin gepropt, omdat het achter te zwaar was en daar spoten we weg met onze voorsteven hoog uit het water.
Wachten op de speedboot op de steiger.   Foto  BUNTER  



En dan het water op: hier is het nog glad, mar dat verandrt snel...  foto BUNTER   

 Via de rivier de monding in en dan door de branding. Dat hobbelde al behoorlijk, maar op zee hadden we echte schuimkoppen en golven en omdat de schipper echt veel vaart maakte, kregen we smak op smak omdat hij als het ware van golftop naar  golftop croste  Ik zat op het tweede rijtje  vooraan, helemaal aan de rand met open venster. NIET leuk, erger, want echter dan in de Efteling. De golfdalen waren behoorlijk diep en er was niet alleen veel beweging over de breedte-as, maar ook over de lengte-as, want het bootje hing door naar links. De overtocht duurde een half uur en dat was me eigenlijk al te lang, veel te lang. Angstige ogenblikken en de schipper excuseerde zich ook met een ‘muy mala’ bij onze Marcha en schold stevig op zijn steigerhulpjes die niet meteen opdraafden. Ik verstond ‘maricon’ zelfs heel duidelijk.
  De eerste indruk van Don Chicho : driewerf k..! Er is zelfs sprake van een klantenvergadering  om een nieuw hotel te vragen, maar de onrust ebt snel weg op die verrekte kleine zolderkamertjes als Rinus en Annemiek een etage lager een normalere kamer krijgen in plaats van hun ‘hok’. En als wij met Marcha wisselen 40 om 45 , zodat we van de straatherrie verlost zijn. Ook Irene en Boy komen de tweede dag van hun schuine zoldering af met hun lengte van bijna twee meter. Mij maakte het niet zoveel uit, maar Ine blijft toch knoteren. Mijn dag is knotsgoed als ik zie dat het merk toiletpapier hier ‘Regio’ heet. Om je te bescheuren. Je kunt hier je kont afvegen aan de regio. Geweldig!! Net met de vut na zoveel jaar dat verrekte en vervloekte regiogeneuzel, vooral uit Midden- en Noord-Limburg en dan zoiets. TERRIFICO!!
’s Avonds dineren we in Hotel El Limbo on the Sea. Perfecto! De nacht van dinsdag 18 op woensdag 19 komt met tropische plens-, nee hoosregen. We hebben een black-out, want de airco valt stil. De airco bevindt zich aan de rechterkant van het beddenhoofd, voor een groot gedeelte achter de plank. De knoppen zijn net bereikbaar en de hele nacht trekt een koude luchtstroom over me heen. We ontdekken te laat, dat er een noodverlichting is in de vorm van een ‘elektrisch’ olielampje in felrood onder het teeveetje gehangen.
 BUNTER                 

zondag 26 augustus 2012

Bunter in de tropen XIV

Trotse Bri-bri-moeder met bangig kindje  FOTO BUNTER

Een naar verluidt meer dan honderdjarige Indiaan in het Bri bri-dorp poseert in zijn hangmat. FOTO BUNTER

Bij de nakomelingen

van de erflaters

van Costa Rica:

Bri bri en Kekoldi

Cahuita, maandag 17 november 2008. En dan is het nu maandag 17 november 2008, 17.45 uur, op de porch van Atlantida Lodge no 20, in Cahuita een plaats in de uiterste zuidpunt van Costa Rica aan de Caraïbische kant, vlakbij de grens met Panama. Vandaag zijn we met 20 mensen naar de Kekoldi en de Bri bri geweest, de oorspronkelijke Indianen die C R bewoonden, dwz hun afstammelingen. Er leven nog 60.000 Bri bri in C R en wij bezoeken twee families aan de rand van hun reservaat, waar niemand grond kan kopen, omdat hij volgens de Grondwet eigendom is en blijft van de Indianen. We vertrekken om half negen met een klein busje met als gids en zwarte rastaman in een blauw T-shirt, luisterend naar de naam Gustavo. Hij is een zeer goede gids en de eerste die echt iets van planten weet.

Onze gids Gustavo lacht naar een kalebas. FOTO BUNTER



20.35 uur op hetzelfde terrasje voor no 20. Ik heb net mijn plekje in de tropische natuur terugveroverd door drie zwartronde duizendpoten van de muur achter mij te verwijderen en 1 tropische schietmot met zwart-oranje vleugeltjes plat te slaan en te stompen. RIP todos. Ik steek een tuitknakje op tegen de muggen. Kekoldi is de naam van de eerste stam die we bezoeken. De naam betekent kekol-boom en di-rivier, dus mensen die leven langs de rivier die tussen de bomen doorstroomt. De Boomrivierders op zijn Hollands dus. Bri bri, ons tweede adres, betekent: land van de dapperen.

Het gerookte bladerdak van een Kekoldi-langhuis. FOTO BUNTER 

 Als eerste wijst Gustavo ons op het dak van palmbladeren van een tropisch paalhuis van de Indianen. Normaal houdt zo’n droogbladdak vijf jaar stand en dan is het opgevreten door insecten, waaronder termieten. Door binnenshuis een vuurtje te stoken wordt het dak ‘gerookt’, blijven de insecten weg  en gaat het dak 25-30 jaar mee. Dat is nog altijd korter dan onze betonsneldekpannen. 

Wie wil er nog een kalebasje? FOTO BUNTER.


We zien een kalebasboom met grote ronde of langwerpige vruchten, de ronde perfect rond en glanzend. Dat zijn de napjes, de flesjes en de watervaatjes van de indianen, waarin de vloeistof zelfs in de felste zon altijd fris blijft.



 Leguanen te
 kust en te keur
 in alle formaten
 en kleuren.
FOTO's BUNTER


 We komen bij een iguanafarm. Dat is de plek waar indianen leguanen opfokken om ze uit te zetten in het wild. Leguanen leggen hun eieren net als schildpadden in de zachte modder of het zand bij water. Schildpadden bij de zee op het strand, leguanen langs rivieren. De Kekoldi graven ze uit, stoppen ze in een primitieve broedstoof onder zwart plastic en zetten de jonge diertjes uit als ze groot genoeg zijn en de juiste blaadjes hebben leren eten. In verschillende leeftijden zitten de diertjes bij elkaar in grote kooien in het midden van het dorpspad. De Kekoldi worden gesubsidieerd door de overheid van C R voor dit project. Tot in de jaren zeventig joeg de plaatselijke bevolking nog op leguanen voor het vlees dat smaakt als kip en toen ze er ook in gingen handelen, roeiden ze de dieren bijna uit, vertelt Gustavo. Ze waren te arm om in de supermarkt vlees te kopen, zegt G. Er zijn nu sinds 1980 in totaal 36.000 leguanen in het wilde bos – een mix van primair en secundair regenwoud – uitgezet.

Musa dapientum, iets heel aparts in bananenland. FOTO BUNTER

 Hij wijst ons op een boom met en tros roodachtig/groene bananen. Een cultuurvariëteit van het Musa-geslacht. Gustavo pleit voor de fair-trade-bananen en tegen de plantagebananen van Delmonte en Chiquita die in te korte tijd worden opgefokt met kunstmest en landbouwgif. “Ze hebben hun oorspronkelijke smaak verloren”, zegt hij. “Een echte banaan heeft 6 tot 9 maanden nodig om te groeien.” De rode banaan heet Musa sapientum. De bananenplant maakt om de zes maanden nieuwe scheuten, zodat er altijd een dragende plant en een opgroeiende plant bij elkaar staan. (In de marge: Dit wil zeggen scheuten als wortelopslag. Eén nieuwe scheut in zes maanden die zelfstandig verder kan. Banaan wordt dus vegetatief vermeerderd. Ik vergat op dit punt te vragen hoe het met het bananenzaad zit en of dit gewas nog ontwikkeling kent door genetische recombinatie via bestuiving. Of dat alle zaadvorming is uit- en weggekruist. Gezien de rode banaan moet er toch nog veredeling en kruising mogelijk zijn.)
Hij laat ons ook een kinaboom zien en geeft me de vrucht van een nootmuskaatboom. Allemaal zo’n bekende dingen, waarvan we nu de oorsprong meemaken. Ik krijg er koude rillingen van. 
De tapissadores/ behangers  FOTO BUNTER
Het platte blad, dat tegen ronde boomstammen omhoog groeit, noemt hij ‘tapissadores’, behangers, tapisseerders. Hij legt ons ook het verschil uit tussen de Pipa met dun en zacht vruchtvlees en lekker fris vruchtwater en de grotere kokosnoot met kokosmelk en dik, hard, wit vlees. Gustavo is een geweldige gids. Hij wijst ons ook een palmsoort met rode vruchten als de ‘palma real’, waaruit de Indianen ‘palmhart’ winnen, het merg van de stam.

Glibberen in het oerwoud:

FOTO's BUNTER





Omdat er een windje opsteekt, de lucht betrekt en G. bang is voor regen, doen we nu eerst de jungletocht naar de waterval. Een smal pad, steil op en af over glibberige keien en modder, twee keer door een riviertje over gladde keien. Op een punt komt het water tot aan mijn korte broek, vlak voor de waterval. Ine ziet op deze korte trekking tegen een boomstam een geheel felrood kikkertje,

Ja, daar zit-ie toch!! FOTO BUNTER


 niet de blue jeans, maar duidelijke een ander. Alweer een item af te vinken! Goed zo, Ine, op de foto ermee!
--- Er zitten leguanen op ons dak. Een schuift er met veel kabaal over de golfplaat naar beneden, valt in onze binnentuin en maakt zich heel snel uit de voeten. Ik zie een beige rug van het dier en Ine een lange spitse staart. We besluiten tot een leguaan. Een tweede dier maakt zich over het dak uit de voeten. We schijnen met het zaklampje in het donkergroen, maar zien niets meer. ---
Tot twee keer toe glijd ik helemaal uit en vangt Gustavo me op tijd op. Ik val niet. Wel Ria op haar kont op de gladde steen. Het heeft niet veel geregend en daarom is de waterval van ±40 meter hoog maar 30% van de grootste omvang. De plek is een jungleparadijsje. Als we terug op het oerwoudpad bij het busje zijn, is er vruchtsap, een vruchtensalade en een heerlijke sandwich (een broodje) met sla, tomaat, kaas en ham. Een junglelunch rond twaalf uur. We worden ingehaald door een jong stel uit Orange County ten zuiden van LA in Californië, die op quads (vierwielers, laag) onderweg zijn met een rastagids met lange dreadlocks over zijn hoofd gedraaid. Zeer Caraïbisch.


Dappere Dodo!! FOTO BUNTER


Dan gaan we naar de Bri bri’s over een lange hangbrug met lage leuning en planken niet te hoog over een oerwoudstroom. Ine durft bijna niet maar gaat toch. De dappere! We bezoeken een soort ‘long house’, traditioneel, met een varken eronder, vrij liggend en lopend, niet zo dik als dat wat we bij de Kekoldi zagen.
Kekoldi Dorpsstraat met kalkoenen. FOTO BUNTER 


 Deze hielden veel kalkoenen en kippen. Die kalkoenen gaan ook hier, bij het horen van gefluit, hoog, fel en klokkend te keer. Enkele dames maken een foto en schrikken als de dieren luid en fel klokkend naar voren schieten op een rijtje. We gaan een bri-bri-grondhut van bladeren en hout binnen en later dat ‘longhouse’ met buigzame vloer van speciale houten planken. Er ligt een opa van 106 in een hangmat. We mogen foto’s maken tegen betaling van een fooi. Altijd eerst netjes vragen, zegt Marcha.
Gustavo laat op zijn onderarm en elleboog enkele littekens zien van een soort steekvlieg die eitjes onder je huid perst, waarna de larven in en soort vleesgal te keer gaan onder je huid: zwelling, pijn kapot weefsel enz. De Spaanse term eindigt op een lettergreep met ‘m’ en zal zoiets als ‘buil’ betekenen. Op de terugweg bij de oversteek van een junglestroompje. Eindelijk een echte blauwe Morpho (dat is een enorme, felblauwe tropische vlinder) secondelang in beeld. Hoi!
Nu ben ik toch een echte freak in kleine talen en vergeet ik me daar de eerste bribri-woorden in dit verslag op te nemen. En je kunt ze nog wel in fonetisch Nederlands spellen, want volgens Gustavo was het een Nederlander die hun taal als eerste te boek stelde. Bwa betekent goed en bwa bwa is het antwoord op de vraag: hoe gaat het met je? Die ook weer eindigt op bwa bwa? Tot straks in het Bribri is bër bër pa, uitgesproken als bèr bèr pa. Ik zag het staan op een kunstig bewerkt kalebasje in de toeristenhut van de Bribri waar we ook Spaans spraken met enkele vrouwen met een leuk kleutertje, het meisje Suzannah (4-5) in een blauw jurkje, de latere plantenman en nog enkelen. Heel, heel leuk! Dit zijn dus de erflaters van dit schitterende land, de makers van al dat mooie goud in het Museo del Oro in San José.
 Onze Indiaanse plantenman met zo te zien weer en griezelig verhaal. FOTO BUNTER

De plantenman van de Bribri’s leidt ons rond, nadat Marcha een kleuter op de arm heeft gehad en wij een paar souvenirs, waaronder chocoladebolletjes hebben gekocht ( en kleine kunstig bewerkte kalebasjes). Deze man die erg veel op een Javaan, een echte oosterling,  lijkt (zijn haardracht?) breekt voor ons een cacaopeul open, een verse van de boom. Ik mag op een zaadje sabbelen van een niet nader aangeduide struik en krijg dan een hele zure, groene citroen te eten. Rinus gruwt ervan, zo zuur is hij, maar in mijn mond is hij voor 90%  echt zoet op een klein zuur randje na. Dat is de Indianenmanier om zure vruchten te eten. Eerst het velletje van het ‘wonderzaadje’, zoals G. het noemt, afsabbelen en de pulp eronder door de mond laten gaan, dan is alles, zelfs ‘sour cane’, voor mij zoet, twee uur lang. (sour cane is een tropische plant, die internationaal luistert naar de Spaanse naam Caña agria en de Latijnse Costus spicatus. De plant, een gemberachtige, met prachtige witte bloemen die na elkaar uit een typische rode gember-aar tevoorschijn komen, staat bekend als een geneesmiddel voor een hele reeks aandoeningen. Het stengelsap is extreem zuur en de bladeren staan in de vorm van een spiraal geordend aan de stengel, helemaal rond lopend om zoveel mogelijk licht te kunnen opvangen. G. noemt deze plant hier bij zijn volksnaam; een eerdere oerwoudgids vond deze plant in het woud en wees ons erop.)

Bunter bijt door een superzure citroen na het wonderzaadje. FOTO BUNTER

De Costaricaanse regering bouwt in dit dorp woninkjes van beton voor de Indianen. Die vinden zo dicht en zo laag bij de grond wonen helemaal niks en zijn daar boos over. Een beetje als bij ons, waar mensen uit een woonwagen in een burgerhuis gedwongen worden. De meeste Indianen laten het beton links liggen of gebruiken de huisjes als opslaghok voor vanalles.
Gustavo laat ons nog de Apenbroodboom zien. De gebakken vruchten smaken als vers brood en worden hier ’s ochtends met marmelade en vruchtenmoes als ontbijt gegeten. Hij wijst ons ook op een flinke heuvel, die vanaf ons CR-junglepad al te zien is als Panamees gebied.

De plantenman van de Bribri liet ons weten geen ‘chicha’ meer te maken van maïs. Er werd teveel ruzie over gemaakt. Deze chicha is sterke alcohol, gestookt van maïskorrels. Volgens Gustavo was deze sterke drank oorspronkelijk bedoeld om in kleine quanta aan de werkers te velde te geven om hen meer energie te geven. In grote sloten werd het goedje gedronken bij dagenlange feesten en drankgelagen met dans. Dronkenschap door chicha komt na uitslapen van de roes gewoon enkele keren weer terug. Het is zeer sterk spul!!
We ontmoeten een Hollands meisje (hoor ik hier Hollands praten?, vraagt ze) dat aan het begin van het Bribridorpje uit het niets opduikt. Ze noemt haar naam niet, maar ze zegt de Indianen te helpen om logeerkamers voor backpackers te bouwen als additionele bron van inkomsten. “Ik zit hier op het dak en sla spijkers in”, zegt ze beknopt. Ze doet dit voor een ontwikkelingshulporganisatie uit de privé-sfeer als bijverdienste voor haar eigen reis. Voor ± 3 weken. Bribri spreken kan ze nauwelijks.
Gustavo eet termieten. Eerst checkt hij met een stokje of het chocoladebruine nest niet is overgenomen door mieren, steekt dan zijn vinger in het gaatje en stopt zo enkele tientallen termieten in zijn mond. Het doet me denken aan de chimpanseefilms van de man van de Britse Nun of Gombe of… (Dit moet ik opzoeken!!) Nu, bijna vier jaar na het maken van deze notitie kan ik bij het on line zetten van dit verslag de associatie zo uit mijn hoofd invullen: ik bedoel natuurlijk Hugo baron van Lawick, getrouwd met Jane Goodall. Termieten zijn een goede bron van eiwitten in de jungle; zoek altijd termietennesten! Bah!

De plantenman van de Bribri laat ons als laatste ook de kaneelboom zien. Een doodgewone struikboom, waarvan de bast, die om de zoveel tijd droog afvalt ons het heerlijke kruid geeft: kaneel. Kruid is niet het goede woord, specerij is beter. Tenslotte de Rommedoeplant, waarvan de vrucht, vuilwit en in partjes opgebouwd, van boven afgetopt, stinkt als een overrijpe Rommedoe. Afgezien van de stank is dze vrucht best genietbaar, net als de echte rommedoe. Ik heb de juiste naam ergens zien staan, maar weet niet meer waar.
Cacaopeulen, daar zit onze chocola in! FOTO BUNTER

 We zien ook weer veel cacao-bomen met de piepkleine witte bloemetjes op de oude stam en takken en dikke gele peulen, een wonderlijke boom! In een deel van de Indianentuin zijn de cacaopeulen zwaar aangetast door de zwarte schimmel. De mensen hier laten die bomen toch staan om de andere resistent te maken, zegt G. En ook dat sommigen beweren, dat de Amerikanen de schimmel verspreid hebben om in de jaren zeventig de totale cacaoproductie van CR lam te leggen, waarna de grote firma’s uit de VS alle plantages overnamen, behalve de Indiaanse.
De Aristolochia, een enorme bloem, helaas van de achterzijde gezien. Alleen de Rafflesia  arnoldii uit Indonesia is nog veel groter. FOTO BUNTER

Hoog in een boom hangt een Aristolochia-bloem, gespikkeld met geel en donkerrood, wel tien tot vijftien keer zo groot als de kleine Pijpbloemetjes van A. clematitis in mijn tuin. Prachtig. De schuurwond aan mijn kuit, veroorzaakt door de rand van een laars op de blote huid, is weer opengegaan en bloedt onder het gaasje en erdoorheen. De Bribri-plantengids smeert er een papje op van de bast van een heel jonge, kleine cacaopeul en gaat later terug voor een iets grotere om de behandeling voort te zetten. De wond prikt eerst; het papje kleurt op mijn been van groen tot rood en bruin. |De pijn gaat weg.
Bunters kuit is met groene cacaopeulsmurrie behandeld. De wond geneest perfect. Dankjewel Bri bri!! FOTO BUNTER
Tenslotte is er het verhaal van het geschilde nootje, dat als zaad een palmboom met gladde stam doet opschieten, terwijl de ongepelde noot uitgroeit tot een palmboom met ruwe stam. De Indianen geloven het.
Stenen in takvorken helpen tegen slechte gedachten. FOTO BUNTER


 Ook leggen ze stenen in de takvorken van de kalebasbomen om te voorkomen dat mensen met slechte gedachten de vruchten voortijdig doen afvallen. We zijn om 15.00 uur terug in het hotel in Cahuita. Gaan dutten na een vermoeiende expeditie die zeer, zeer interessant was, pakken onze koffers om voor Panama. En gaan om 18.00 uur onze rekening betalen en het volgende ontbijt bestellen. Dan heerlijk eten (Vis (Red Snapper) con arroz con mariscos (zeevruchten) bij Sobre las Olas, bovenop de golven, over de golven heen, whatever, op 500 meter van het hotel, waar de meesten blijven barbecueën.
Het eten in Costa Rica is gezellig, heerlijk en qua locatie zeer bijzonder. FOTO BUNTER.


 Een kleine black-out in het restaurent bederft de pret niet. De dames Ria en Ria en Carola komen erbij zitten. We zitten buiten vlak achter  palmbomen en bij de branding van de Caraïbische Zee. Om 20.00 uur terug in het hotel. Nu gaan slapen. Amen. 22.05 uur.
         
BUNTER

woensdag 25 januari 2012

Bunter in de tropen XII

De Costaricaanse jungle is adembenemend. Foto BUNTER


Schildpadbaby's de
branding in helpen

De toegang tot ons nieuwe lustoord  Samoa Lodge. Foto Bunter


Tortuega op de porch van huisje nummer 5 Samoa Lodge, 20.37 uur, vrijdag 14 november 2008.

Er is hier zoveel concurrerend leven. De eerste helft van elke nacht zoemt en piept het van de cicaden en de kikkertjes. Er zijn gevaarlijke dieren en insecten en giftige spinnen en slangen. En toch is de huidige mens (Homo sapiens sapiens) in het Afrikaanse regenwoud ontstaan. Een vreemde gedachte bij een bezoek aan de tropen.

De maan is vol, de hemel nauwelijks bewolkt. Alle schildpadtoers zijn afgeblazen bij gebrek aan schildpadden en bij gebrek aan uitkomende eieren. Okee: minder vermoeienis in plaats van van 22.00 tot 24.00 uur op het strand te lopen, kunnen we vroeg naar bed voor een vroege ochtend. Vertrek per boot om 06.00 uur!

Samoa Lodge, Tortuego, zaterdag 15 november 2008, 18.00 uur, op de porch voor lodge 5.
Ik begin dit verslag met het laatstgebeurde. Onze ontdekking van 5 tot 10 baby’s van groene zeeschildpadjes op het strand bij Tortuego die dankzij ons allemaal de branding en de zee gehaald hebben. We zagen ze op de terugweg van onze junglewandeling met Andrés, omdat er een aantal toeristen en localo’s op het strand op ongeveer vijf meter van de branding naar de grond stonden te kijken. We schoten allemaal in een draf en waren nog op tijd om de laatste misschien zeven achterblijvers van een nest van 120 baby’s over het natte en droge zand te zien rennen recht naar de zee.
============================================================
In de marge:



Blazen en
 knijpen




Zet hem op kleintje!! Foto BUNTER


Drie of vier van de schildpadbaby’s liggen doodstil en bewegingsloos op het natte zand. Dood? Neen, zegt een oudere man: een hond is op ze afgekomen. Ze zijn geschrokken en gedesoriënteerd. Hij pakt ze op en blaast op hun ogen en hun snuitje en soms knijpt hij op hun schild en hun kleine lijfje als een soort hartmassage. Hij krijgt ze weer aan de gang en ook zij halen onder luid gejuich de branding van de warme zee.

============================================================

Het was alsof het zo had moeten zijn, want bij de ingang van ons nationale park werd ons te verstaan gegeven dat de normale, gebruikelijke wandeling door teveel regenval en teveel modder absoluut niet kon doorgaan. We mochten alleen een stukje parallel aan de zee en aan het strand lopen ongeveer 30 tot 50 meter diep het woud in over een breed pad. En dat bracht mij ertoe Andrés te vragen of we over het strand konden teruglopen. Okee, eerst zagen we alleen maar lege eierkuilen met doppen erin en een hoop sporen op een rijtje en ongeveer honderd meter voor de afslag naar het dorp toch nog BINGO! Ine maakte een filmpje van de laatste twee snelle kruipertjes van 1 minuut 30 sec. Op de achtergrond hoor je mij ‘Árriba, arriba, Henry, Henry’ schreeuwen. Toch weer een piekmoment van deze reis en 3000 colones fooi voor Andrés.

 En daar gaat  weer een van de dappere baby's de wereldzee op Foto BUNTER


De ingang van het bladsnijdernest: gewoon een gaatje in het pad.  Foto BUNTER
In het woud vanaf 15.00 tot 16.15 uur zagen we niet zoveel. We maakten kennis met de achterafkrottenstraatjes van het dorp. We zagen wevervogels van heel dichtbij. In Costa Rica worden ze Montezuma genoemd. De vuurrode Tanager op het grasveld, omzoomd door klapperbomen, leek op een forse kolibrie. We zagen ook een pikzwarte sprinkhaan van minstens 5 tot 7 centimeter langs het pad en twee lange processies van bladsnijdermieren en een nest in en gladde ronde aardhoop met een eigroot gat erin.
Gewoon over het bospas of steil tegen een stammetje op. Bladsnijders zijn altijd on the move. Foto Bunter

 De sprinkhaan heeft rode vleugels, zei Andrés. Hij probeerde hem te pakken, maar dat ging niet. Het beest sprong weg, vloog niet. We mochten termieten eten uit een afgevallen donkerbruin boomnest. Hele kleine, beige beestjes met een chocolade kopje. Ze zouden naar wortels smaken, maar dat proefde ik niet. De amandelboom met hier en daar in zijn kroon vol glanzend groen blad een vuurrood bladrozet en af en toe een geel blad. Ik raapte ergens een vrucht op. We zagen ook in het struikgewas aan de landzijde een Manakin met witte hals (Manacus candei), een vogel waarvan de mannetjes baltsdansen voor de ♀♀ en dan kiest ze. Deze vogel was veraf, maar tenslotte kwam de Crested Guan of Penelope purpurescens hippend op een tak op tien meter rechts voor mijn kijkertje met en felrode keelzak. Volgens A. zou het de Crax rubra zijn of de Great Curassouw, maar die heeft een geel balletje op de neus en geen rode keelzak. Dat is een soort zwarte boskip.

Op bloemen raak ik nooit uitgekeken. Foto BUNTER 
Om 06.00 uur ‘s ochtends zaten we al in de boot naar het reservaat en we voeren tot 08.00 uur via steeds smallere kanalen redelijk diep de secundaire jungle in. De boomkap en het vangen van schildpadden is hier gelukkig op tijd gestopt in de jaren zestig. Deze canaltour was ook met Andrés. Veel te zien. Hier komt alles achter elkaar: grote, witte Habenaria-orchidee op boomstam, Boom met dikke bruine bolvruchten en de bloei van die boom. Je kunt er vermageringsthee van zetten, zegt Andrés. Toekans in de vlucht. Ver weg.
Een apepatertje in het struweel boven ons.  Foto BUNTER

Zouden de dino's echt zijn uitgestorven?  Foto BUNTER
We moeten 5.500 colones p.p. toegang tot het nationaal park betalen. Geen geld bij ons. De goede Ard schiet 6 mensen voor. Spinaapje van heel dichtbij. Ik zie hem bladeren zoeken en eten. Tortuega is 28.000 hectare groot en is in 1870 begonnen, zegt Andrés. Drie ara’s vliegen over aan de overkant. De snelheid moet nu terug tot 5 kilometer per uur. Hoera! Twee heel donkergroene ibissen vliegen op en weg. We zien vier jacana’s, meerkoetjes zeg maar, over de waterhyacinten lopen. Twee kuikens, twee ouderen. Andrés krijgt een tip van een voorbijvarende collega. Op dit punt is het erg druk op het water. Boven, hoog in een boom ligt een miereneter op een dikke  tak. Hij is beige en in het midden donker of zwart. Ik snap nu waarom hij familie is van en luiaard. Het is eigenlijk een mierenetende luiaard. Hij beweegt zijn kop en zijn oren worden zichtbaar. Tenslotte de otter als een grijze streep over het water, net een rechte slang en op een stuk of vijf plekken groepen kapucijnaapjes in de bomen boven het water. We kunnen heel dichtbij komen en zien verschillende diertjes heel duidelijk. Eentje poseert er zelfs.
Een gemakkelijk zoekplaatje: de miereneter ligt in het midden op de dikke tak.  Foto BUNTER
De familie tropisch waterhoen, aangenaam. Foto BUNTER

Nog twee dingen voor vandaag. Aan de andere kant van het pad langs onze portica staat een zwaarbebeladerde boom. Er staat een bordje bij: Syzygium Malacense – Malay Apple, Manzana de Agno, Maleise appel of Waterappel. Onder de boom ligt een tapijt van paarse sprietjes of draadjes. Ik zie al snel dat het meeldraden zijn. Bloemen zijn van buitenaf nergens te zien. Ze blijken diep in het gebladerte met groepjes bij elkaar te bloeien als dikke, roze roosjes. Er kruipen heel grote, zwarte bijen of hommels overheen ter bestuiving. Een vies gezicht per kijkertje.

Het laatste: in de eetzaal – het eten per buffet is goed hier: kip draadjesvlees, groentesalades en brood - en na het avondeten zit er plotseling een grote, groene sprinkhaan op het tafellaken. De kleur is helemaal die van een sabeltje. Ik pest het beest en beetje met een vork en daar vliegt hij op Ine haar rug met snel bewegende vliesdunne vleugeltjes. Ik griezel daar enorm van en ren rillend weg tot verbazing van de tafelgenoten. Daar gaat mijn image als tropenspecialist. Aha!
Een groene sprinkhaan op tafel, alleen griezelig als hij/zij gaat vliegen.  Foto BUNTER

Nog een klein stukje, kleintje. Foto BUNTER
En nu komt het mooiste: de schildpadexpeditie van morgenvroeg 05.00 uur mag niet doorgaan van de parkautoriteiten. Wij zijn de enigen die de schildpadjes gezien hebben. Zuur voor Marcha, onze reisleidster.

Bunter