dinsdag 13 januari 2009

Chinees dagboek deel XVIII

Chinees dagboek deel XVIII

(zhōng)(guó) ()()()(shí)()()(fen)

Met Bunter op weg naar Beijing! XVIII

De hoogte in naar Xiahe,

maar eerst vieze ratten!

Dekromme pijl wijst naar de geografische plek van Xiahe in China.

The Overseas Tibetan Hotel, Xiahe, 22.30 uur.

二零零六年五月四日星期四

Donderdag 4 mei 2006 in Xiahe (Siejagge), 260 kilometer ten ZW van Lanzhou.

Lanzhou ligt aan de beroemde Gele Rivier (Huang He) en dat is ook het enige wat we er eigenlijk van zien. Het is de hoofdstad van de provincie Gansu en dat is dat. We komen er na de laatste binnenlandse vlucht aan en checken gelijk in rond 16.00 uur. Met een achttal mensen gaan we met onze gids ‘Richard’ eten in een fraai restaurant aan de oever van deze Gele Rivier.

De Gele Rivier bij Lanzhou

Het eten is prima. Eerst krijgen we koud ‘soppevleis’ en dan verse en in het zuur ingelegde tenen knoflook. Omdat we onze disgenoten niet gekozen hebben, ontspint zich aan de grote ronde tafel het gebruikelijke gesprek over wie wat lekker vindt van de Chinese keuken en wie er nog aan de schijt is of misselijk etc.Vooral onze Christiane heeft daar een handje van. We hebben weer een probleem met koud/lauw bier dat snel vervangen wordt door ijskoud en Christiane wil rode wijn, maar dat kan alleen bij de fles. Mopper, mopper, verongelijkt, kanker, kanker. Het gevarieerde eten maakt gelukkig veel goed, hoewel mevrouw C.E. zo zit te stuntelen met haar stokjes en de soeplepel dat het personeel het niet kan aanzien en ons Westers bestek brengt. Ik weiger natuurlijk. We gaan terug naar het hotel per taxi; ik rook een sigaartje in de lobby en zie hoe drommen Chinezen met kinderen naar binnen vluchten en Wybe’s papier proberen te lezen zonder succes. Dan schrijven en slapen.

- Intermezzo

- Bert van Dijk wilde natuurlijk eentje weggeven na het matineuze hardsleeperfeestje met vuurwerk en taart. Dat wil hij eerst aan de bar in ons Leshan-hotel doen, (Het beste tot nu toe met een prachtige, ruime, zwartgemeubileerde kamer), maar daar schenken ze pertinent alleen thee en melk. Die gekke Chinezen: niks te drinken in een poepsjiek hotel. Daarom gaan we naar de overkant en dat is de meest merkwaardige Horeca-inrichting die ik ooit gezien heb. In grote delen van dit bedrijf branden de lampen alleen op kopspijker-sterkte. Het is er hartstikke donker, kennelijk een darkroom voor verliefde stelletjes en stellen. We krijgen een aparte kamer en daar draait Cees van Carla opnieuw de ruime verlichting terug tot spertijd-niveau. Studentikoos en leuk, maar het irriteert me mateloos en ik grijp in en zet alle schakelaars boos weer om. Nu kan een staf van 6 hele menen de bestelling opnemen en daar brengen ze niets van terecht. Lauw bier. Wybe moet alles gaan aanwijzen en als ook de wiskey van pijpe-Bert er is en de rode zeikwijn van madame C.E. dan is de rest allemaal verschaald en kunnen we eindelijk proosten. Zo’n borrel blijft altijd bijeen en wij maken ons gauw uit de voeten naar onze mooie kamer.

einde intermezzo

Vanochtend zijn we om 08.00 uur vertrokken naar Xiahe op de rand van het Tibetaanse plateau (3000 meter) Om half zes ’s middags aangekomen na 100 van de 260 km over heel, heel slechte weg omdat men nog snelwegen en tunnels die kant (op) aan het aanleggen is. \Het ontbijt in Lanzhou is chaotisch. We worden als door sprinkhanen overvallen door een dichte horde HanChinezen. Zij roven alle gekookte eitjes weg, soms met tienen tegelijk, maar gelukkig heeft Wybe voor bruinbrood, bananenbrood en witbrood en koffiepoedertjes gezorgd en een keukenhakbijl om te snijden, want broodmessen, die kennen die Chinezen ook niet.

Ze rochelen en spugen op straat, binnen is het afslikken. Ze hebben enorme pakken op hun kleine bakfietsjes en soms zelfs en groot bankstel, waarin 2 mannen zitten. De aan het stuur van de fiets gemonteerde paraplu/sol is ook erg handig.

We moeten 5 betalen voor deze armzaligheid en vertrekken na twee rattenverhalen. We sliepen in het Ying Bin-hotel (nota bene 3 sterren ! allemaal beganegronds en dat leidde ertoe dat de dames Janette en Jozefine een grote rat op hun kamer zagen klimmen over een stoel. Zij wisten de manager te waarschuwen en verhuisden om middernacht naar de 2e verdieping. Wybe die een Israëlisch meisje zonder slaapplek een van zijn 2 bedden had geboden, zag ook een dikke rat op zoek naar eten op zijn kamer. Hij sloeg geen alarm (vanwege dat meisje, natuurlijk) en voelde de rat over zijn hoofd lopen op bed. Geen oog dichtgedaan. Mislukte poging om rat te vangen met koekjes in prullebak en de servicegids als deksel. Wybe valt al snel in slaap als we op weg gaan naar hier Xiahe. Het is een lange rit over slechte weg vol kuilen en modder. Eerst weg uit het kale leemgebergte bij Lanzhou. Dan door een wat bevolktere streek, waar we eerst een lange markt bezoeken. Een markt van de Moslimminderheid der Hui. Mannen met ronde witte moslimpotjes op, meisjes met zwarte hoofddoeken en oudere vrouwen met witte, paarse of roze kapjes. Grote ronde zonne-uilebrillen zijn daar de dernier cri en ook vele kalveren, schapen en vers uitgebeend vlees. Om 10.30 uur zijn we daar in Sensanshé hoor ik iemand zeggen. We stoppen om 11.00 uur in Xi Chuan (Si Tsjwan, hoor je) West Chuan bij een drie verdiepingen tellende moskee met erbij een jongens- en meisjesinternaat voor straatarme kinderen. De moskee is bekend door de grote imam-leider Wen Quan en heet The fouty (sic) four Generations Leader of Ga di ren wen quan Religious Sect, found sixt dec twothousandthree. We worden rondgeleid langs de open gebedsruimtes van deze soennieten en langs een klas en een slaapzaaltje voor jongens die lachend bij hun slaapplateaus staan. Ik bekijk een Arabisch-Chinees woordenboek. Wat is dat raar! We nemen afscheid en lunchen op schema in Linxia met heerlijke, goed gevulde noedelsoep. Carla vist al haar vlees uit de soep, omdat er stukjes vet aanzitten. We krijgen ook zoete moslimthee van heel vreemde ingrediënten, zoals een gele droogbloem, een soort bruine mottebal, een gedroogde pruimen veel groene en oranje blaadjes. Onder onze tafels liggen heel wat afgekloven kippenbotten die worden opgeveegd. Heerlijke lunch, ik krijg er een snotneus van. Verder richting Tibet gaat het over al maar slechtere weg, langs de woest stromende rivier de Daxia. Na veel gerammel komen we aan om half zes volgens schema. Het is hier tussen de 15 en 20 graden kil met wind en regen. En beide voelen we ons enigszins kortademig en duizelig vanwege de hoogte van 3000 meter. We maken een kleine wandeling en treffen Ernst en Mariska, die meters goudbestikt rood en blauw stof inslaat. Ik koop een Tibetaans hoedje voor 30 元。 Voor 34 de man eten we met zijn 5-en (+Inge) heerlijk in dit hotel. Het is nu 10 voor 12. Bedtijd. Morgen naar twee kloosters.


BUNTER

Voorproefjes van het enorme Labrangklooster

woensdag 7 januari 2009

De Waerelt volgens Bunter XIV

Een en al sneeuw in Bunters natuurlijke omgeving


Eeuwen van

Chinese sneeuw

in herinnering

Nix is de Latijnse naam voor sneeuw. De woorden lijken een beetje op elkaar, zeker als je de tweede naamval van nix, dat is nivis (‘van de sneeuw’) , erbij betrekt. Dan komt al een beetje die ‘w’ van ons woord om de hoek kijken. De Chinezen zeggen tegen sneeuw. Het bovenste stukje van dit karakter is . Dat is het karakter voor regen. En het onderste stukje is een belangrijk onderdeel van het karakter voor ‘vegen’: Zo ziet ‘vegen’ eruit op ze Chinees: . De uitspraak is sǎo (je hoort sauhauw). Dus het stukje sǎo onder , dat op zijn beurt klinkt als yǔ (je hoort juuhuu), regen dus, is samen ‘sneeuw’. Nu zijn wij in het westen geneigd te zeggen: we lezen dus van boven naar beneden yuuhuusauhauw en dat is dus zoals sneeuw klinkt uit Chinese monden. Mis, hoor, want sneeuw is xuě, , in het Chinees. Je hoort suuwèhè en dat is dus het echte Mandarijn-Chinese woord voor sneeuw. Maar het karakter is wel duidelijk: het laat zien: regen (de vier druppeltjes tegen de ruiten), die geveegd moet worden. Help, de regen blijft liggen en het wordt glad; we moeten hem wegvegen, hoor je de oude Chinezen tegen elkaar roepen. Hoe komt het nu, dat het karakter het begrip best aardig uitbeeldt, maar dat de uitspraak dan weer zo fantastisch anders is? Dat komt, omdat het gesproken woord hoogstwaarschijnlijk vele eeuwen ouder is dan het geschreven karakter. Chinezen zeiden al heel lang xuě, suuwèhè, tegen sneeuw en toen pas gingen ze nadenken over hoe ze het gingen schrijven om het zich te kunnen herinneren, het vast te houden. En zeg nu zelf: ook de klank achter xuě komt toch behoorlijk in de buurt van ons sneeuw. Als je tenminste het mooie karakterbeeld ‘veegregen’ voor sneeuw loslaat.



Bunter peinst in de sneeuw...

Polaroid

Welnu, met dit alles in het achterhoofd kan ik me voorstellen, dat nu iemand denkt: geef mij het Latijn voor sneeuw maar: nix. Daar ben je zo mee klaar. Dat is gewoon niks. Daar hoef je niet van die razend interessante pictografische analyses op los te laten. Nix is niks.

Zo was het deze week ook voor mij. Sneeuw als niks, als witte niksigheid, die zich als een dikke schuimlaag over de hele natuurlijke omgeving had uitgesmeerd. Geen gras meer te zien, geen akkers, geen stoepen en wegen, geen water in vijvers en plassen. Alles simpel wit. Alles niksig wit, zoals het witte fotoblaadje dat vroeger uit een Polaroid Land Camera kwam, als je op de knop gehengst had. En als je dan langer keek, verscheen er vrij langzaam een afbeelding in het wit en werd het warempel een kiekje.

Landouwen

Dat overkwam mij ook, toen ik deze week eerst door mijn dikbesneeuwde geboortestad M. liep en een dag later door de roomwitte landouwen rond mijn woonplaatsje S. onder een hemels geel strijklicht, het jonge nieuwe licht van januari. Door al die lege witheid, die onbeschreven bladen om mij heen, werd ik met een smak teruggeflitst in de tijd en wel in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Ik zag mijn vader opdoemen op het fotopapier. Hoe hij met zijn drie zonen voor zich op een houten slee van een steile berghelling afzoefde aan de zuidelijke rand van M., waar het bergdorp St. P. begint. We gingen met een rotvaart over een mix van verse en tot ijs getrapte sneeuw naar beneden en eindigden in het stro, dat ter afremming over de weg was gelegd met vier of vijf pakketten. Zo snel kwamen we tot stilstand dat mijn vader, achter op de slee, met een grote boog over ons heenvloog en in een strobaal belandde.

Ik voel ook weer mijn tenen, ijskoud in mijn schoentjes die heel strak vastgeregen waren met leren riempjes en oranje stofveters op houten doorlopers, waarop ik uren schaatste op grote dichtgevroren waterplassen aan de noordrand van M. in de buurt van waar nu het voetbalstadion is. Hele zwermen kinderen uit onze buurt, vlakbij, schaatsten daar tot de vroege schemering. Eerst met ijskoude voeten en tenen en na een uurtje begonnen je voeten toch warm te worden en raakten ze weer van warm bloed doortrokken. Een van de eerste keren dat ik mocht gaan schaatsen, kwam ik huilend van ellende thuis, omdat mijn voeten niet warm hadden willen worden. Mijn moedertje hielp me met de ijskoude schoenen en kousen uit te trekken bij de zwartglimmende steenkolen-convector-haard en warmde met haar zachte handen wrijvend mijn voeten en stak ze in heerlijk warme sloffen, speciaal dichtbij het vuur gezet.

Buiskacheltje

Ik zie mijn vader en moeder op een vroege ochtend, waarop nog geen kachel fatsoenlijk brandde en zeker niet het buiskacheltje in de keuken, waarin we nog oudekrantenproppen en houtjes moesten doen en aansteken om daarna pas aan te vullen met eierkolen, mijn vader en moeder dus hoofdschuddend en mopperend bij de waterkraan in de keuken. Helemaal bevroren: er kwam geen druppel uit. Het redmiddel was dan een kaars, in de vlam waarvan de kraan werd opgewarmd en voorzichtig opengedraaid om te voorkomen dat de leiding ergens zou barsten. De warmte moest zich via de kraan door de leiding verplaatsen om de bevroren prop leidingwater te ontdooien en als dat gelukt was, werd de kraan elke avond in lappen ingepakt. Ik zie ook onze heetgestookte keuken verschijnen als achtergrond van mijn wekelijkse wasbeurt en die van mijn broertjes en zussen in barre winters. Ach ik was toen nog zo klein dat ik met opgetrokken knietjes in de gootsteen paste, waar moeder me lauw water over de rug goot en probeerde zo voorzichtig mogelijk mijn haren te wassen zonder dat er zeep in mij ogen kwam.

Schoudervulling

Ik zie mezelf ook als beginnende puber schaatsen met aan weerskanten een meisje, waarschijnlijk vriendinnen van mijn zussen. Waar het precies was? De Mokstraat in H. is goed mogelijk, maar ook de ijsbaan/annex wielrenbaan in G. Plotseling struikelt links van me een meisje en begint voorover te vallen. Ik probeer haar op te vangen en raak dan met mijn vlakke rechterhand ter ondersteuning een van haar jonge borsten aan door een niet al te dikke winterjas goed te voelen als een soort stevige schoudervulling. Het was echt stevig drukken om te voorkomen dat ze viel. Het maakte indruk op me, want als verlegen puber was ik nog nooit zo kort gekomen op die mooie jonge-vrouwen-anatomie. Het meisje bedankte me voor het opvangen, maar reageerde niet op de stevige aanraking. Het incident is me altijd bijgebleven, maar ik ben er beslist niet ‘wilder’ door geworden. Het is om zo te zeggen eerder een genante dan een echt erotische herinnering.

Herinneringen in ijskoud wit en strijklicht en dat overkomt me vaak bij sneeuw, die zo lang liggen blijft als dit jaar. Herinneringen die eigenlijk met niks beginnen en dan langzaam opdoemen. Herinneringen ook die mij weer warm maken en die heb ik als klassieke koukleum heel hard nodig.


BUNTER


woensdag 31 december 2008

Chinees Dagboek deel XVII

Chinees dagboek, deel XVII

(zhōng)(guó) ()()()(shí)()()(fen)

Met Bunter op weg naar Beijing! XVII






Een prachtige
show in
een theehuis

Lanzhou moet niet moeilijk te vinden zijn in de lange, in centraalChina gelegen Gansu provincie.



二〇〇六年五月三日星期三,

Lanzhou, woensdag 3 mei 2006, 22.00 uur

Ying Bin Hotel***.

De avond in Chengdu (Je hoort Sentoe)(Leshan stond er eerst, maar is doorgehaald.) is leuk. We gaan met zijn allen in de oude nagebouwde stad (3-4 lange straten vol lichtjes, lampionnen, kromme daken met punten en balustrades) naar het Shu Feng Ya Yun Teahouse 蜀风雅韵*. Inderdaad een theehuis, verlicht door tientallen rode lampions met een capaciteit van ± 1000 stoelen, die per 6 een bamboetafeltje kennen met de bekende theekopjes (hier staat een primitief pentekeningetje van een kopje dat een dekseltje heeft en met een spitse onderkant in een gelijkvormig schoteltje past) met groene thee erin, waarin geregeld door jonge meiden heet water wordt bijgeschonken. Ruim een kwartier na achten (Een Chinees/Limburgs kwartiertje?) begint de voorstelling met een act van de theegietsters: over de rug met een boogje uit hun potten met lange sprieten. Ze zijn niet allemaal zo handig, want Frans, twee plaatsen naast me, krijgt een klats heet water in zijn rug en scheldt het meisje boos voor ‘trut’ op zijn omvervalst Amsterdams. Ze komt terug om ‘sorry’ te zeggen. Wat dan volgt is een mengeling van Chinees variété. Solo’s voor schelle trompet en een duet, twee nummers op een 2-snarig strijkinstrument dat op de dij wordt gezet als een klein trommeltje met een spanstok eruit. De man doet een hinnikend paard na en krijgt veel bijval. Een mooie mevrouw in een Chinese galajurk praat alles aaneen in meer Chinees dan Engels, slecht verstaanbaar; er volgen (sic) nog een uittreksel uit een Sichuan-opera met prachtige, kleurige kostuums met bv vlaggen en 4 vaandels op de rug, echt iets om in Maastricht de optocht mee in te gaan.

Daar kun je zo de optocht in Mestreech mee in.


Een dikke mevrouw zingt met hoge stem een aria en er zingen ook mannen in een bijrol. Sommige mannen dragen baarden, heel lang, met een touwtje op hun bovenlip over hun mond heen gespannen/ Zij beelden de keizer uit, generaals en ministers. Ik hoop in Beijing in het oude theater en volledige opera te zien. Er is ook een jonge jongen, die schaduwbeelden produceert op een vrij groot rond scherm voor een lamp. Dan is er ook een tafereel van ‘Op weg naar de bruiloft’, waarin de bruid op weg gaat naar haar bruidegom, begeleid door een acrobaat met prachtige sprongen, een jongen met een lampion aan een lange, kromme stok, een jongen met bagage aan een juk. (Op deze plek zijn een paar regels in het reisdagboek vrijgehouden, waarop zeer schematisch en gestileerd de lampiondrager en de jukdrager met enkele strepen zijn getekend.) Ze zingen een vrolijk lied en moeten op hun weg ook van een twee meter hoge neprots afspringen op acrobatische wijze met een oefening erachteraan. Dat alles is een scène uit een komische Sichuanopera. Vooraf aan de voorstelling worden we nog uitgenodigd voor een nekschoudermassage door een groepje mannen in donkere hemden en een ander klingelt met een reuzenstemvork voor het ‘orenpoetsen’ en ook masseren met als in het Renmin-park.

Intermezzo – Ik ben de verjaardag van de oude heer van Dijk (74 of 75) vergeten bij aankomst met de hardsleeper in Emeishan/Leshan op maandagmorgen 1 mei. Die goede Wybe heeft een echte verjaardagstaart stiekem meegesleept met een grote plasticroze lotusbloem erop vol vuurwerk en ook kaarsjes. Onze elfcoupé zingt op maandagmorgen uit volle borst Lang zal ze leven en 2x3 hoeraatjes en in een oogwenk staan alle Chinezen en vooral de kinderen om ons heen. Ook zij zingen voor Bert van Dijk nide shengri kuaile op de wijs van Happy Birthday to you en krijgen ook een stuk van de heerlijk appeltaart. Wat zijn die kleine Chineesjes toch een leuk kaboutervolkje. Ik vind de baby’s en kleuters en de heel oude mannen en vrouwen geweldig! Dit alles werd mogelijk dankzij mijn meegepikte lucifers en mijn zakmes. Einde intermezzo.

Het pièce de résistance van het Cheng Du Theehuis is een klucht, waarin een deftige Chinees door zijn bazige vrouw wordt gepest. Hij moet zijn mantel uitdoen en zijn rode kap met linten ook inleveren en dan de hele dag met een olielamp – brandend – op zijn kale hoofd rondlopen.

De klucht met de olielamp

Hij kan de lamp met spiertrekkingen kunstig op zijn hoofd verplaatsen, heeft zo’n geraffineerde blaas, dat hij de lamp zonder eraan te komen met een grimas kan uitblazen en beschikt met zijn vlezige kop en witgeschminkte ogen over een fantastische mimiek. Van de tekst begrijpen we niks, maar van de handeling des te meer: manlief moet voor straf (ontrouw of dronkenschap? Hij komt door de zaal zingend op.) onder een bankje en een laag tafeltje doorkruipen op zijn rug en zijn buik. Het slotstuk is changing faces! Prachtig uitgedoste acteurs kunnen met een zwaai van hun hoofd of waaier het enige kleurige masker na het andere wisselen voor hun gezicht.

Changing faces

In een fractie van een seconde en het is een geheim hoe ze het doen. Ze komen het zelfs in de zaal vlakbij laten zien. Na de voorstelling worden er twee witzijden zedeleers voor op de bühne gezet met alle acteurs erachter. Voor 20 een foto staat er op rondgedragen ronde borden. Niemand maakt er gebruik van en ook de snuisterijenwinkel opzij telt alleen maar kijkers voor de mooie kostuums en muziekinstrumenten.

Woensdagochtend 3 mei vertrekken we gepakt en al naar het Pandareservaat


In het Pandareservaat van Chengdu


bij Chengdu om acht uur. Omdat we er al om 9.00 uur zijn, zijn er nog veel oude en jongere panda’s te zien. Het lijken vredelievende teddyberen, maar wie hun betonnen ‘enclosures’ betreedt kan agressief aangepakt worden. Het wit van hun vacht en hun brede staart is erg stoffig. We maken een lange, hete wandeling door het Ki-station met dierentuin voor 2 diersoorten – reuze en klein panda – zien in totaal bijna 20 dieren, waaronder 6 kleine, bruine panda’s. Voor 60 mag je die laatste in een beschermende jas en met plastic handschoenen aan in een stoel op je schoot nemen en appelschijfjes voeren.

De kleine panda

De dieren staan in een rijtje aan het poortje te wachten: ze vinden het leuk, maar slechts 1 jongetje gaat met panda op de foto. Onze gids Alex (Fong Nuan) (Foeng Noewèn) is goed op de hoogte van natuurlijke historie. Ik kopieer de naam van de panda (daxiongmao) in karakters in mijn boekje :大熊猫 en krijg van Nuan de Chinese naam van de D. involucrata, de vaantjesboom,



De Vaantjesboom in volle bloei, een regelrechte beauty.

in karakters en pinyin. bai yu lian (paaj juu liejèn) 白玉莲 volgens Fong N. Ga ik opzoeken. We hebben om twee uur een binnenlandse vlucht naar Lanzhou, de vieste stad van China met 3 miljoen inwoners zegt de reisgids. Wybe mist de eerste boarding om ½2, maar wordt tot onze opluchting nagebracht. We hebben een knobbelig vluchtje van één uur naar hier, Lanzhou. Op het vliegveld ontmoet eerst Ine en dan ik de 23-jarige Zhang Zhen, lerares Engels aan een middelbare school in Xinjin bij Chengdu (张桢 is haar naam in karakters). Ook zij krijgt wǒde míngpiàn en we hebben een interessante discussie over het woordje wáng, dat koning en ook keizer (emperor) betekent en in deze vorm sterven met exact dezelfde pinyin. Xinjin Middle School is haar adres. Ik ga haar schrijven. Ze spreekt ‘host’ en ‘famous’ verkeerd uit, maar spreekt voor de rest het beste Engels totnutoe.


BUNTER


Toelichting:

Ik ben de vaste lezer nog een korte toelichting verschuldigd over de naam van het Theehuis-theater in Chengdu en de naam van de Chinese Vaantjesboom, de wereldberoemde Davidia involucrata. Het theater heet shu(3)feng(1)ya(3)yun (4).

蜀风雅韵

Het eerste karakter met de pinyin shu(3) is de korte aanduiding van de provincie Sichuan, vierstromenland, letterlijk vertaald, de twee volgende karakters feng(1)ya(3) betekenen samen elegant, verfijnd en tenslotte slaat het laatste en vierde karakter, waarvan de klinker een '' uu' is en geen 'oe', voor 'rijm, dichtkunst' . Het theehuis het dus compleet: het Theehuis van de verfijnde rijmen uit Sichuan.
En dan nu de vraag of mijn gids mij inderdaad de juiste Chinese naam voor Davidia involucrata heeft gegeven. Hij zei bai(2)yu(4)lian(2) 白玉莲 en dat betekent letterlijk: witte yade lotus. Dat kan goed een fraaie volksnaam zijn voor deze prachtig bloeiende boom, maar het is onzeker. Ik heb de term nog nergens kunnen checken.
B.

dinsdag 30 december 2008

Bij Oud Jaar 2008

Bij Oudjaar 2008

Ik wil

Te vroeg zakt de zon weg in ijzige vrieskou en duister
Nederland juicht op scherpe ijzers en ik,
ik kijk verlangend
naar glanzende kastanjeknoppen, hoog langs het plein.
Zij verbergen alweer een nieuwe, heldergroene wereld.
De allereerste, nieuwe maan staat als een dunne, kromme krijtstreep
In het zuiden naar de Venuslamp te lonken, een helderblinkende potloodpunt.
Nu voelt de lucht voelt nog aan als veiligheidsglas
met hier en daar een dun sterretje.
Toch heerlijk.





Dit is geen verlangen dat verlengen heet
Dit verlangen kan niemand zien noch voelen.
Dit zit zo diep…
Verlangen naar warmte ook van de zon,
Verlangen naar licht, ook dat in je ogen,
Verlangen naar stemmen, niet te hoog boven de grond
Verlangen naar wat geluk dan ook moge zijn
Verlangen naar wijde verten en gestage beweging, nog steeds opwaarts

Ik lijk verdomme wel een doodsbange bloembol in de tuin, tegen het bevriezen aan,
Een hysterische hyacint, die bloemetjes en stengels diep in zich voelt kriebelen, bang om te vergaan.
Ik hoef geen knallen, kruitlucht, gore dampen uit spetterende kleuren.
Ik hoef geen dure drankjes en lam gewens, geluchtkus en niet gemeend gebazel
En zeker geen paul de leeuw op de teevee met sloten bah-bier en schips.

De tijd heeft geen besef van zichzelf, gaat maar door
Kent geen oud en nieuw, lacht champagneboeren uit.
De tijd is van iedereen; iedereen mag hem hebben en besteden en gebruiken,
Zolang er adem is: blijf toch wakker

Ik verlang enkel drie seconden diepe stilte
En twee zuchten zuurstof
om zelf te zeggen, te zingen
En ook te doen.
Niet meer roken; niet meer drinken; niet meer snuiven; niet meer spuiten, niet meer trekken of duwen, slikken of schransen.
Ach het is allemaal zo gemakkelijk en goedkoop.
Ik wil niet niet
Ik wil wel
Ik wil altijd leven met jou


Bunter

zaterdag 1 november 2008

Effe weg,hoor!

======================================================================
Bericht aan de lezer

Batterijtjes

Bunter gaat zijn batterijtjes eens flink opladen in de tropen. Daarom zullen de komende drie weken tot ongeveer eind november geen nieuwe stukken op deze blog verschijnen. Wanneer na bijna dertig afleveringen het Chinese dagboek af is, volgt het reisdagboek 'Bunter in het wilde westen' uit het jaar 2000 en geschreven gaat nu worden: 'Bunter in de tropen'. Voor even dag dus, lieve lezer(es).

Bunter

======================================================================

De Waerelt volgens Bunter XII




Heerlijk, het is weer wintertijd

Als u dit leest hebt u tijd genoeg. Ik bedoel: vanochtend heel vroeg om drie uur, mocht u de wekker en alle klokken in huis een uur terug zetten. Van drie uur ging iedereen in een zucht terug naar twee uur. Dat is een echte tijdreis naar het verleden. Voor mij persoonlijk is het de mooiste tijd van het jaar. Mooier dan kerstavond, oudejaarsavond met boerenmeisjes, abrikozen op brandewijn, het zingen van Gregoriaans tijdens de Paaswake. Ik hoef me nu ook officieel niet meer te haasten, omdat vanaf vandaag alles een uur later mag. Niet dat ik me ooit haast, nee hoor.
Te laat
Ik ben geen haaster meer; daar heb ik met de nodige burn-outs leergeld genoeg voor betaald. Vreemd genoeg heb ik toch ook een hekel aan mensen die te laat komen. Zeker als het om een vaste afspraak met mensen of een bepaald mens gaat. Uit te laat komen, zelfs al gaat het maar om tien minuten, spreekt altijd een zekere minachting, een vorm van verwaarlozing. Wie te laat komt zegt: jij of jullie zijn niet belangrijk voor mij. Tenzij er natuurlijk een een zeer goed excuus is en de vertraging een regelrecht incident dat zich maar heel zelden voordoet. Je niet haasten vergt planning, vooruitdenken en dat is wat ik, nu aangeland in de dertig laatste jaren van mijn leven, esGodbleef, steeds meer doe.
Bakdag
Gek, hé, je werkt niet meer, hoeft ’s ochtends niet meer vast vroeg uit bed en toch staat bij mij geregeld de wekker op zeven uur, half acht. Als het een bakdag is, of een schrijfdag, of een tuindag. Ik wil de ochtenden niet laten versloffen. En er zijn momenten, dat ik denk: ouwe gek, kap er nu mee. Dat kan ook morgen nog, zo meteen is er een mooie documentaire of natuurfilm op de tv. Of iemand spreekt me aan vanaf het voetpad rond mijn landgoedje en we raken in een intens gesprek. Het kan ook zijn, dat er een dagdroom of een herinnering in mijn cortex neerdaalt, die ik even als een clip uit moet zien of afluisteren als het om woorden gaat. Er zijn dagen dat mijn planning verdampt op deze wijze.
Vrijheid
Met absolute vrijheid komen dus op natuurlijke wijze beperkingen en zo is het goed: zwart roept wit op, de nacht snakt altijd naar de dag, de leegte naar vulling, open deeg naar wilde gisten, de stilte naar mooie muziek, de onzin naar mooie gedachten. Het grote verschil met zo’n zomertijdregeling is, dat je in vrijheid zelf je beperkingen kunt kiezen, je afspraken met jezelf, je plannen en planning. Terwijl zo’n zomertijd als een vettig stempel door een anonieme overheid op je gezet wordt, terwijl je er niet om gevraagd hebt. Weggooien
Nooit haast ik me, want ik probeer altijd vijf minuten te vroeg ergens te zijn, op het perron, aan de halte, in het repetitielokaal enz. Nooit haast behalve in de drie, vier weken na het laatste weekend van maart, als we de klok gewoon een uur vooruit zetten en daarmee voor zeven maanden lang elk dag gewoon een uur weggooien, overslaan.
Stinken
Eigenlijk haat ik zomertijd. Het is een bedenksel van de Londense aannemer William Willet (portretfoto's)




in 1907. Hij vond dat in de hoogzomer de zon te vroeg opkwam (3.30 uur) en dat het ook te vroeg donker werd (om 21.30 uur al). Zoveel uren licht, terwijl iedereen nog in bed lag te stinken, dat kon niet. Invoering van zomertijd is in oorsprong dus een ideetje van iemand die denkt dat mensen te lui zijn en vroeger moeten opstaan. Bah! Wat een overmoed om te denken dat de natuurlijke gang van zaken niet goed voor je genoeg is. Ik ben opgegroeid met 100 procent wintertijd, want toen vanwege de oliecrisis de tijdsverschuiving in 1977 weer werd ingevoerd, was ik gelukkig al door mijn heerlijke jeugd heen.
Ontijd
Natuurlijk zijn de argumenten voor de zomertijd best sterk. Anders was die ontijd ook niet over de hele wereld ingevoerd. Toch denk ik dat het ook anders kan: door af te spreken dat het werk een uur eerder begint en de lunch en de
warme prak ’s avonds ook, terwijl aan de tijd niets verandert. Ik denk dat als je mensen bewust laat zien, dat alles vroeger kan beginnen, dat van een collectieve jetlag, zoals nu, geen sprake hoeft te zijn, want zoiets kan geleidelijk gaan. Elke dag een kwartier of tien minuten eerder komen, vier of vijf dagen lang. En als de televisie meedoet. Maar dat vereist wel discipline en, denk ik , een hogere graad van bewustzijn, die wellicht velen niet kunnen opbrengen.
Amapola
Misschien heb ik wel goed lullen, toch, hier in mijn boekenhol, terwijl José Carreras net schuin achter me vanuit een zwarte doos met een draaiend schijfje erin ‘Amapola’ zingt.

Amapola, lindisima amapola,
Será siempre mi alma tuya sola.
Yo te quiero, amada niña mia,
Igual que ama la flor la luz del día.



Amapola is de Spaanse naam voor klaproos en is in het lied, in 1924 geschreven en gecomponeerd als tango door José Maria Lacalle (1860-1937, Andalusia, Cuba, VS), natuurlijk de naam van een heel mooi (lindisima) meisje. Natuurlijk houdt er een ‘ik’ van haar, precies zoals de bloem van het licht van de dag houdt, zegt de laatste regel. Kun je alleen maar van het licht van de dag houden door zomertijd?

Er is, na dit intermezzo, misschien maar een enkele, maar zeer goede reden om de zomertijd te handhaven en dat is vandaag: het terugzetten van alle klokken met een vol uur. Een fijner cadeautje is er niet! Dankjewel alsnog, prikklokmaniak Willet!

BUNTER



Foto: De Engels/Amerikaanse versie van Amapola: ze maken er in 1939 een zoetsappige film van met als titel 'Pretty Little Poppy'.



Deze tijdelijke gedachte verscheen eerder in verkorte vorm in
het Zondagsnieuws van zondag 26 oktober 2008 als column ‘Uitzicht op’ onder het kopje ‘Wintertijd’.

Chinees Dagboek deel XVI




Toegangskaartje tot de tombe van Tang-keizer Wang Jian in Chengdu; echt iets voor een leeswedstrijd.


Chinees dagboek, deel XVI

(zhōng)(guó) ()()()(shí)(liù)()(fen)





Met Bunter op weg naar Beijing! XVI








Thee drinken in Chengdu





二〇〇六年五月二日星期二,

Dinsdag 2 mei 2006 , Chengdu, hoofdstad van Sichuan,

De ‘heetste’ provincie van China. 22.35 uur Tai ji Business Hotel, jianshe-straat 52, Chengdu.

Gisteravond zijn we na het spannende bezoek aan Dafo in Leshan met Ernst en Mariska de stad ingebobbeld op zoek naar wat te eten. Dat lukt niet erg. Het is erg druk en we moeten een tijdje lopen, voordat we in de eetstraatjes komen. Het zijn allemaal lokale Chinese tentjes. We vallen neer bij een Chinees op de bekende kabouterkrukjes aan een tafeltje met een groot rond gat erin, waarin onderin een gascomfoor staat. Er komt geen mens, we laten niets weten en komen niet wijs uit een groot papier aan de geval van het huis onder het afdak, waarvan ik alleen de nummers 1,2 en 3 aan het begin van de regel (sic). Het wordt dus echt eten wat de pot schaft en dat wordt al snel duidelijk. Zonder overigens het gascomfoor aan te steken plaats (sic) de horeca-ondernemer een grote roestvrij stalen schaal in het gat in de tafel met daarin een soort dikke vissoep van waarschijnlijk een lokale riviervis uit een van de twee rivieren die in L. bij het beeld en de eilanden van de grote staande en slapende Boeddha samenvloeien( zie reisgids!). Ik vraag naar de gekookte witte rijst (mifa, de n wordt niet uitgesproken!) en die komt ook. De vissoep is erg lekker al zijn de stukken vis (Mevrouw zit in een hoek van het terras de vis schoon te maken.) erg gratig. Als volleerd Chinees spuug ik ze allemaal uit op de grond voor mijn voeten. Ik tref zelfs vinnen en de staart. Mariska lust geen vis. Ine denkt eerst dat het te vet is, maar ontdekt dan echte bloemkool en taugé in deze oersoep en begint smakelijk te eten met de witte rijst. Ernst is van mijn stiel, zeurt niet, eet alles en houdt van vis. Ik laat de ondernemer, geholpen door het yu-woord (3e toon?) voor vis en het xiè-woord voor schrijven de naam van de vis op een rekeningpapiertje zetten. Hij schrijft in origineel Chinees handschrift 8 karakters op het papiertje en spreekt daarbij de woorden ‘shuàn zǎi’. Dat zijn dus hooguit twee karakters. Deze code gaan we dus thuis kraken met mijn nieuwe woordenboek. De rekening voor ons vieren bedraagt 49 . Dat is nog géén 5 euro! We bobbelen terug naar het hotel te voet, passeren nog een Philipsapparatendemonstratie, slaan onze slag in ontbijt bij een bakkertje en belanden op onze ruime en luxe hotelkamer in Leshan, Jiazhou-hotel 3 sterren. Ons vertrek de volgende morgen naar Chengdu draagt een spectaculair karakter. We staan nog te verzamelen in de hal, als buiten plotseling een lang knallint van rokend rood vuurwerg (sic!) wordt afgestoken. Ik vraag onze ‘jonge’gids Cheng wat er loos is en hij antwoordt lapidair op ze Chinees: wedding. Inderdaad: onder het oorverdovende geknal arriveert in mooie auto’s een Chinese bruiloftsstoet. Bruid en bruidegom stappen uit, schattig jong ding en hij in hemdsmouwen met cravatte en knalrode, lintvormige corsage. We zingen hen voorzichtig de eerste tonen van Wagners bruiloftsmars toe. De familie gaat in vol ornaat onderaan de trap voor een grote roze tulen boog op de foto. En dan worden de laowai ontdekt. Er ontstaat een heuse, korte receptie. We krijgen allemaal twee sigaretten van de bruidegom met twee snoepjes. Ik wens hen shun feng da ji (goede wind en veel geluk) en dan gaat onze hele reisgroep van 14 nog met bruidegom en bruid op de foto. Ik geef de groom mijn kaartje, wǒde míngpiàn, zodat de man enig idee heeft wie hij daar trof.

In ongeveer twee uur in een ruime, koele bus rijden we vanaf 10.15 uur naar een zeer heet (32 ° C) Chengdu.


Een stad van zes miljoen vol enorme verkeersbanen en

Foto: Chengdu by day


grote flats en ‘wolkenkrabbers’ en lichtreclames. Onze kamer in het


And by night!

Tai () ji Business Hotel valt tegen: krap en klein, maar schoon en godzijdank met airco! Ernst, Mariska, Ine en ik besluiten de middag samen op pad te gaan en Christiane Erens, die haar naam steeds verbetert tot Christian, de mannelijke vorm omdat ze ‘ane’ te Duits vindt, vraagt of ze mee mag. Mariska zegt uit de goedheid van haar hart ‘ja’, maar dat zal ze na vandaag zeker niet meer doen. We moeten met twee taxi’s gaan door die lelijke zeurpiet (zo blijkt achteraf. Voor 13 rijden we in ongeveer 20 minuten per taxi naar de hele andere kant van deze miljoenenstad en bezoeken het yongling (永陵) Museum, waar zich de echte tombe bevindt van de allerlaatste Chinese Tang-keizer Wang Jian (èn) (地宫) (±900 na Christus).



We zien een echte tombe-weg met


Foto: Welkom in mijn keizerlijke tombe.

dieren en wachters. We zien de 24 musicerende vrouwen op het tombe-platform, we zien de krijgers die het platform dragen.


Foto: Een van de musicerende vrouwen van Wang Jian



We worden door een lief gidsmeisje de


Foto: Onder deze steenhoop ligt Tang-keizer Wang Jian.

Museumwinkel in gedreven met zachte hand: bomvol jaden draken en peperduur – 8000 en hoger. Zo eindigde dus de grootste bloeiperiode van het klassieke, gouden China. Wij eindigen in een versloft theehuis in de verdroogde theetuin van het museum.


Foto: Gezellig druk, toch, in het theehuis van Chengdu!

Chengdu is bekend om zijn theehuizen met allemaal dezelfde bamboestoeltjes. Heerlijk bijgekomen nemen we een taxi of 2 naar het renmin (Zjenmin-Volkspark, waar Ine eindelijk iemand ziet vliegeren en we ‘iets’ uit de hotpot bestellen: stukjes vlees, piepertjes en tofu en hond of kat. Nog ‘na te dusten’ met vuurrode peperpoeder. We nemen allemaal wat. Mevr. C. niet en ook nog een ijsje. We wandelen door het parktheehuis, waar het gezellig bomvol is en dan heeft C. het al een tijdje op haar heupen: ze wil dollars tegen yuan wisselen bij de Bank of China, maar die is niet in de buurt. Het lukt haar – horen we achteraf – niet en haar opgekropte boosheid viert ze bot op die arme Mariska die de les gelezen krijgt bij terugkomst in het hotel. Wij nemen weer voor het enorme bedrag van 15 yuan een taxi terug naar het hotel, souperen bij KFC op ze Chinees/Amerikaans met een enorme emmer Kèlè tegen de dorst en slapen nog 30 minuten voor we naar de avondvoorstelling gaan.


Foto: Alvast een voorproefje van de spetterende Tang-show

Die heel leuk is – later daarover.

Bunter

Toelichting:

Ik ben er nu nog niet in geslaagd de 8 karakters van de visboer van Leshan te ontcijferen. Het is heel moeilijk lopend Chinees schrift te lezen, omdat de pen niet van het papier genomen wordt en alle strepen zo met haaltjes aan elkaar vast komen te zitten. Tot mijn onuitsprekelijke vreugde staat er een anakoloute zin in dit stukje dagboek: een zin, die niet af is en die niet loopt. Zo door mij neergeschreven, net als indertijd in ongeveer de vijfde eeuw voor Christus de grote Griekse reiziger en historicus Herodotus vele malen deed in zijn tekst. Ik ben nu even echt trots op mezelf.

De twee karakters die ik achter de naam van de Tang-keizer tussen haakjes noteerde slaan niet op de naam van die keizer, maar worden uitgesproken als dìgōng. Die laatste lettergreep betekent keizerlijk paleis, maar de eerste is de algemene aanduiding voor aarde, bodem, veld,. Terrein. Het is ook het voorvoegsel voor ondergrondse werken als metro en zo. In ieder geval is het geen vaste combinatie. Voorlopig houd ik het op ‘ondergronds paleis’. Tenslotte: de theehuizen in Chengdu zijn een absolute aanrader.

En nog iets: het Chinese yu-woord voor vis kent een tweede, stijgende toon, want de derde toon is voor het yu-woord (spreek uit met een lange 'uu' en niet met een 'oe' is voor het woord 'regen'.

B.


.